Welkom op de site van De troostlelie!
 
Naar de homepage van deze site
 
 
'De verlorenen'
De kleine Gijs raakt
verloren in Elmonte-
stratia, Larix komt
hem redden, en sa-
men ontgruwen ze
de Kloof van Gruw.
Lees drie pagina's
online door op
bovenstaande link
te klikken, of bestel
het papieren boek
bij de uitgever.
Klik daarvoor op de
link hieronder.
 
'De verlorenen'
Online bestellen

 
 
E-mail naar Margriet Verbeek
 
 
Hieronder zes
korte verhalen die
verbonden zijn
met beide boeken.

 
 
De Manja Wonder-
schoonverhalen

In de vijf Manja Won-
derschoonverhalen
hieronder, leren Gijs
en Larix de oude
verteller kennen en
luisteren zij naar
zijn verhalen.
Manja Wonderschoon
komt ook voor in
De troostlelie.
 
 
M. Wonderschoon 1
Ries
Een reus voelt zich
eenzaam, omdat hij
niet weet hoe groot
hij is.
 
 
M. Wonderschoon 2
Rozeliefje
Een lief meisje houdt
het niet vol lief te blijven.
 
 
M. Wonderschoon 3
Cornelia
Cornelia verlangt
ernaar zichzelf te
mogen zijn.
 
 
M. Wonderschoon 4
De pimpelmezen
'Maar zelfs de kleine
raaf krijgt waar hij zo
om schreeuwt.'
Vanuit het oogpunt
van de pimpelmezen-
ouders.
 
 
M. Wonderschoon 5
'De kleine stenen'
Een heel dorp moet
verhuizen.
Wie draagt de
zwaarste last?
 
 
Boekhandel 't Leesfestijn, Vlaardingen, waar 'De verlorenen' te koop is.

 
 
'Kerst in het
Groene Huis'

Een Delftse student
ontmoet een vrouw
die hij lijkt te herken-
nen uit een droom.
 
 
Linkspagina
Links naar ongewone,
originele boeken.
 
 
Korte bio
van Margriet Verbeek
 
 
Andere website
van Margriet Verbeek
 
 
Interview met
Margriet Verbeek
over e-books.
 
 
 
Top
 
'De verlorenen'
De kleine Gijs raakt
verloren in Elmonte-
stratia, Larix komt
hem redden, en sa-
men ontgruwen ze
de Kloof van Gruw.
Lees drie pagina's
online door op
bovenstaande link
te klikken, of bestel
het papieren boek
bij de uitgever.
Klik daarvoor op de
link hieronder.
 
'De verlorenen'
Online bestellen

 
 
Het wapen van de Elmontestratiaanse stad Dolia.
 
 
Hieronder zes
korte verhalen die
verbonden zijn
met beide boeken.

 
 
De Manja Wonder-
schoonverhalen

In de vijf Manja Won-
derschoonverhalen
hieronder, leren Gijs
en Larix de oude
verteller kennen en
luisteren zij naar
zijn verhalen.
Manja Wonderschoon
komt ook voor in
De troostlelie.
 
 
M. Wonderschoon 1
Ries
Een reus voelt zich
eenzaam, omdat hij
niet weet hoe groot
hij is.
 
 
M. Wonderschoon 2
Rozeliefje
Een lief meisje houdt
het niet vol lief te blijven.
 
 
M. Wonderschoon 3
Cornelia
Cornelia verlangt
ernaar zichzelf te
mogen zijn.
 
 
M. Wonderschoon 4
De pimpelmezen
'Maar zelfs de kleine
raaf krijgt waar hij zo
om schreeuwt.'
Vanuit het oogpunt
van de pimpelmezen-
ouders.
 
 
M. Wonderschoon 5
'De kleine stenen'
Een heel dorp moet
verhuizen.
Wie draagt de
zwaarste last?
 
 
 
 
De melona van Larix in Elmontestratia, waarmee zij contact kan houden met Gijs, via de boom Tiligue, en het kleine, gele vriendschapsvlindertje.
 
 
Top
 
'De verlorenen'
De kleine Gijs raakt
verloren in Elmonte-
stratia, Larix komt
hem redden, en sa-
men ontgruwen ze
de Kloof van Gruw.
Lees drie pagina's
online door op
bovenstaande link
te klikken, of bestel
het papieren boek
bij de uitgever.
Klik daarvoor op de
link hieronder.
 
'De verlorenen'
Online bestellen

 
 
E-mail naar Margriet Verbeek
 
 
'Kerst in het
Groene Huis'

Een Delftse student
ontmoet een vrouw
die hij lijkt te herken-
nen uit een droom.
 
 
Linkspagina
Links naar ongewone,
originele boeken.
 
 
Korte bio
van Margriet Verbeek
 
 
Andere website
van Margriet Verbeek
 
 
Interview met
Margriet Verbeek
over e-books.
 
 
'De verlorenen'
Online bestellen

 
 
Het wapen van de Elmontestratiaanse stad Dolia.
 
 
Top
 
door Margriet VerbeekFollow MargrietVerbeek on Twitter



De vijf Manja Wonderschoonverhalen sluiten aan op 'De verlorenen'.
De oude verhalenverteller is in deze verhalen al op de vlucht, maar hij kan nog binnen Elmontestratia uit handen van zijn achtervolgers te blijven. Hoe het gaat als hem dat niet meer lukt, lees je in 'De troostlelie'.
 
Download onderstaand verhaal voor e-reader:     Adobe PDF      ePub      TXT
 
Doet de PDF het niet?
Ga met de muis op de link staan, klik dan met de rechtermuisknop en kies 'Koppeling opslaan als' of 'gelinkte gegevens opslaan' uit het keuzemenuutje. Sla de PDF op in een map of op je bureaublad. Daarna kun je die PDF openen in Acrobat Reader.
Werkt het dan nog niet? Download dan de nieuwere gratis versie van Adobe Reader.
 
Doet de ePub het niet?
Aan ePub heb je alleen iets als je Adobe Digital Editions gedownload hebt.
Volg daarvoor de volgende instructies.
 



Cornelia - Voor Lea


 
De volgende keer dat Gijs en ik naar Manja Wonderschoon gingen om naar zijn verhalen te luisteren, voelden we er ons al helemaal bij horen. We waren geen nieuwelingen meer. We merkten het ook aan de andere luisteraars. Sommige van hen staken groetend hun hand op toen we binnenkwamen. En we wisten nu ook wat er van ons verwacht werd.
  Manja Wonderschoon bleek nog met een vertelling bezig te zijn, dus slopen we zachtjes naar binnen en zochten een plaatsje op een leeg kussen op de vloer. Pas in de pauze gaven we Manja een hand en praatten met de anderen. Het bleef me wel opvallen hoe beleefd iedereen hier tegen elkaar was. Dat kwam wat ouderwets op me over. Achter zijn rug konden we de oude, grijze verhalenverteller gerust 'Manja' noemen, maar in zijn gezicht zeiden we netjes 'Meneer Wonderschoon'. Tutoyeren was er echt niet bij.
  Toen ik deze tweede keer dan ook vier Zevensterretjes in zijn kamer zag zitten, was ik niet verbaasd. Deze sfeer was net wat voor hen!
  De Zevenster is een vrij grote groepering in Elmontestratia die ik niet zo gauw te vergelijken weet met iets uit onze eigen wereld. Ze doen goed werk in de steden en bij de mensen die het moeilijk hebben, zoals bij ons bijvoorbeeld het Leger des Heils ook doet. De Zevensterren gaan ouderwets gekleed en hebben een streng gevoel voor moraal. Maar omdat hun bedoelingen zo goed zijn en ze niet alleen in woorden, maar ook in daden laten zien wat ze met hun idealen bedoelen, ergert het niemand en worden ze in het algemeen overal gerespecteerd.
  Gijs en ik kwamen binnen toen Manja net een verhaal aan het afsluiten was. We hebben van het verhaal zelf niet veel gehoord, maar zagen wel hoe een ongeveer vijftienjarige jongen van het groene kussen afstapte, een kleine buiging naar Manja maakte, en op zijn plaats ging zitten. Manja kwam even van zijn rode kussen af, en er ontstond geroezemoes bij de luisteraars.
  Er waren dit keer meer mensen en wezens dan de vorige keer. Ik probeerde ze te tellen en kwam op bijna dertig. Ik gaf Manja een hand en Gijs en ik vonden een plaatsje vlakbij de vier Zevensterren; drie kleine meisjes en een oudere begeleidster. Aan hun kleding zag ik dat ze uit de stad Wiadan kwamen. Dat verklaarde ook waarom ze Nederlands spraken, want in Wiadan en Dolia is Nederlands de meestgesproken taal. De Zevenstervrouw bleek Lea te heten, en ja, ze kwam inderdaad uit Wiadan en kende de Zevensterren die ik daar kende. Nee, de drie kleine meisjes waren haar eigen kinderen niet, vertelde ze, het waren haar buurkinderen. Hun ouders hadden weinig tijd, en de meisjes hielden zo van de verhalen van Manja Wonderschoon.
  De pauze was maar erg kort. Zodra Manja weer op zijn kussen ging zitten, werd het stil.
  Ik keek naar hem. Klein, tenger, met een grijsgemarmerde huid. Uit zijn wapperende kleding en uit zijn lange haren kwamen, als hij vertelde, vuurvliegjes omhoog dwarrelen. Een baard of snor had hij niet. Zijn gezicht was glad, smal en scherpgetekend. Maar boven zijn grote, grijze ogen had hij dikke, donkergrijze wenkbrauwen. Het meest bijzondere bleef voor mij dat er kleuren verschenen zodra hij begon te praten. Kleuren in zijn kleding, maar ook in zijn haar en zijn gezicht. Alsof er zonlicht door gekleurd glas op hem scheen, of als discolampen, misschien.
  Manja keek rustig om zich heen. Hij leek het publiek te peilen. Hij zocht iemand aan wie hij zijn volgende verhaal kon vertellen. Hoe deed hij dat? Was het misschien zo dat hij keek naar iemand die hem inspireren kon? Of was het - zoals iedereen dacht - een echt persoonlijk verhaal, een groot geschenk voor jou alleen? Ik wist het niet. Net als bij iedereen bonkte mijn hart wat zwaarder onder Manja's spiedende blik: als hij mij eens koos...
  Maar dat deed hij niet. Hij wenkte Lea.
  Ik zag haar mond openzakken van verbazing. Er werden niet vaak ouderen gekozen en zij was minstens vijfenveertig. Maar ze stond op. De drie kleine meisjes keken met grote ogen toe. Een beetje verschrikt. Ik knikte naar ze. Lea ging op het groene kussen zitten en stak haar handen uit. Manja Wonderschoon nam haar handen even in zijn handen en keek haar aan. Daarna liet hij haar los, zakte wat achterover op zijn rode kussen en begon te vertellen.
 
'Er waren eens twee konijnen die elkaar zo lief hadden dat ze besloten te trouwen. Ze groeven een ruim hol even buiten het dorp, richtten het netjes is, vierden een groot feest en woonden van toen af aan bij elkaar.
  Er zijn wel vaker konijnen verliefd geweest, maar zo als deze twee, nee, dat was uniek. Ze zagen alleen elkaar, raakten in vervoering bij het uitspreken van elkaars naam en konden geen dag zonder elkaar, geen uur, geen minuut. Het liefst waren zij voor altijd samen gebleven, afgesloten van de rest van de wereld. Maar zo is het leven niet, en na een jaartje of wat krioelde het in hun hol van de kleine konijntjes.
  Elk konijntje kreeg bij de geboorte een mooie naam, maar omdat het er zoveel waren en ze daarbij ook nog zoveel op elkaar leken, vonden vader en moeder konijn het te lastig om al die namen te onthouden, dus noemden ze voor het gemak alle meisjes Hipje en alle jongens Hopje. De kinderen namen die gewoonte over. Hun echte eigen naam wisten de konijntjes alleen zelf.
  Vader en moeder konijn hadden het nu erg druk. Ze moesten klavers zoeken voor hun grote gezin, en af en toe een winterpeen of een kooltje. Ook moest het hol goed bijgehouden worden, of uitgebreid als er weer eens een nieuw hipje of hopje arriveerde. Vader en moeder hadden een klein holletje voor zichzelf alleen gegraven, waar ze zich konden terugtrekken als de drukte hen teveel werd. Dit gebeurde vaak, want diep in hun hart hadden ze de droom van alleen met z'n tweetjes op de wereld te zijn, niet losgelaten. De kleintjes werden dan naar buiten gestuurd, of, als het regende, naar hun slaapholletjes waar ze ook best konden spelen.
  Als het mooi weer was en al het werk gedaan, dan zaten de vader en de moeder graag voor de ingang van hun hol. Alle vijfentwintig hipjes en hopjes huppelden dan vrolijk door het klaverveld. Er werd gelachen, gesprongen en gespeeld, het was een plezier om naar te kijken, en dan hielden de vader en de moeder echt van al hun kindertjes. Soms zelfs kregen ze er zo'n plezier in dat ze mee gingen spelen. Dan juichten al de hipjes en de hopjes en was er in het hele dorp geen gelukkiger familie te vinden.
  'Wie is het mooiste konijn van de wereld?' riep vader konijn.
  'Mama, mama, mama!' riepen alle kleine konijntjes.
  'Wie is de liefste van allemaal?' vroeg de moeder.
  'Papa, papa, papa!' schreeuwden de kleine konijntjes en ze buitelden over elkaar en gilden van plezier.
  Maar 's avonds, als de kleine konijntjes moesten slapen, dan gebeurde het weleens dat ze lang wakker lagen. Dat ze peinsden over hoe het was om met zoveel konijntjes bij elkaar te wonen, en dan kwamen er weleens tranen in hun ogen. Onzin natuurlijk, geen gezin was zo vrolijk als het hunne, geen ouders zo gelukkig en geen broers en zusjes zo leuk als juist die van hen! En wie in het dorp had zo'n mooi hol? En hadden ze ook niet altijd genoeg te eten? Nooit ruzie, nooit narigheid, eigenlijk hadden ze alle reden om blij te zijn, dus waarom dan tranen?
  'Omdat niemand weet dat ik Cornelia heet.' dacht een van de hipjes terwijl ze haar tranen vlug wegveegde met haar wollen pootje.
  Eens per jaar was er een groot feest in het konijnendorp. Dan kwam er een optocht, er werd lekker gegeten en gedronken, er werd gedanst, er werden spelletjes gedaan en 's avonds werd er een toneelstuk opgevoerd. Maar het hoogtepunt van de dag was de springwedstrijd 's middags om drie uur. Dan kwamen alle konijnen bij elkaar en iedereen die zich daarvoor opgegeven had, mocht meedoen. Langs een stuk verharde weg stonden alle konijnen achter dranghekken om te zien wie er zou winnen. Midden op de weg was een witte streep getrokken en een voor een sprong elke deelnemer zover als hij of zij kon vanaf dat startpunt. Elke sprong werd nauwkeurig nagemeten door de jury en de stand kwam op een reusachtig scorebord te staan, zodat iedereen kon zien wie de grootste sprong gemaakt had. Wat was dat spannend! Er waren drie prijzen voor de drie beste springers. De derde prijs was een bronzen winterpeen, de tweede een zilveren klavertje vier, en de eerste prijs was een gouden schotel waarin de namen van alle eersteprijswinnaars gegraveerd waren vanaf de eerste keer dat het feest gehouden was, en dat was al vijfenvijftig jaar geleden. Wat een eer als jouw naam daar stond, tussen al die beroemde grote springers in! Wat een eer voor de ouders om zo'n kind te hebben. Wat een eer voor de vrouw of de man van het winnende konijn, voor zijn of haar kinderen en voor de broers en zussen. Zelfs tot de buren strekte de eer zich uit. Elk konijn in het dorp droomde ervan om ook eens de eerste prijs te winnen.
  Op een keer, toen de kleine hipjes en hopjes al groot genoeg waren om het belang van de grote springwedstrijd in te zien, gingen ze met de hele familie kijken. Enthousiast moedigden ze de deelnemers aan, vooral de konijnen die ze kenden, en net als iedereen schreeuwden ze van opwinding als er een nog verder sprong dan de winnaar van het vorige jaar. En toen dan het grote moment aangebroken was dat de winnaars van dit jaar bekend gemaakt zou worden en de drie konijnen op het podium moesten komen om hun prijs en een bosje bloemen in ontvangst te nemen (om op te eten natuurlijk) toen juichten vader en moeder konijn bij het zien dat de vriend van hun achterneef de eerste prijs gewonnen had, en ze snikten van ontroering toen ze de trots van de ouders van het winnende konijn zagen.
  Op dat moment draaide moeder konijn zich om, keek al haar kinderen aan, met nog vochtige ogen van emotie, en zei: 'Wat zou het heerlijk zijn als een van jullie de eerste prijs zou winnen! Wat zouden papa en ik trots op hem zijn, wat zouden we veel van hem houden!'
  'En wat komt er dan op de schotel te staan?' vroeg een van de hopjes brutaal; 'Hopje-twaalf, of Hipje-zes?'
  Alle hipjes en hopjes lachten, maar de moeder lachte niet.
  'Doe niet zo gek', zei ze 'we hebben jullie toch allemaal een mooie naam gegeven? Die zijn jullie toch niet vergeten?'
  De hipjes en hopjes knikten van nee.
  Nee, hun eigen naam waren ze niet vergeten. Als ze zouden winnen zou dus hun eigen echte naam op de gouden schotel komen staan. Dan zou iedereen hun naam weten. Misschien zouden ze dan zelfs zo genoemd worden in het vervolg. En het hipje dat eigenlijk Cornelia heette (maar dat wist niemand) dacht aan de vriend van de achterneef van haar vader en moeder, die daarnet op het podium omarmd was door zijn ouders en gezoend door alle broers, zusjes en andere familieleden, en ze dacht: als ik win, zou onze moeder dan ook haar arm om me heen slaan en me zo in de ogen kijken?
  Toen de grote konijnenfamilie die avond laat en moe naar huis ging en ze allemaal meteen naar hun slaapplaats gingen om te slapen, toen droomden alle hipjes en hopjes dezelfde droom. Zagen ze zichzelf staan op het podium. Zagen ze de blijde en trotse ogen van hun ouders. Zagen ze de gouden schotel staan op een ereplaats in het grote hol waar ze soms allemaal samen kwamen.
  De gouden schotel met tussen alle beroemdheden in hun eigen, echte naam. Zagen ze hoe hun broertjes en zusjes die naam keer op keer opzochten, erover pochten tegen hun vriendjes en vriendinnetjes op school, zagen ze zichzelf geïnterviewd door een journalist, met een foto in de krant, en moeder die het artikel zorgvuldig uit zou knippen om het voor altijd te bewaren.
  De dag na het feest speelden de hipjes en hopjes 'Springertje' op het veld voor hun hol.
  Wie van hen kon het verst springen? Dat was Hopje. Hopje-zeven wel te verstaan. Hij had de stevigste achterpoten, daar kwam het zeker van. Vanaf deze dag trainden de hipjes en hopjes elke dag. Niet alleen springen oefenden ze, nee ze deden ook conditietraining en elke avond jogden ze met z'n allen een uurtje rond het dorp.
  Ze deden wedstrijden met elkaar en al gauw bleek dat Hopje-zeven, Hopje-dertien, Hopje-twee en Hipje-acht de sterkste waren.
  Hopje-tweeëntwintig, Hopje-drie, Hipje-een en Hipje-elf hadden geen schijn van kans. Die waren altijd de laatsten.
  Hopje-drie en Hipje-elf hadden scheve achterpoten waardoor ze onmogelijk grote sprongen konden maken. Zelfs hardlopen - toch zo belangrijk voor een konijn - konden ze niet goed. Ze hadden daar veel verdriet van omdat ze wel begrepen dat hun droom in elk geval nooit uit zou komen.
  Het vader- en het moederkonijn lachten om het fanatieke oefenen van hun kinderen. Ze spraken daar over met verbazing, maar ook met trots. Wat een pittige kinderen hadden zij toch! Wat een flinkerds! Die zouden nog veel bereiken, dat zou je zien. Echt kinderen om trots op te zijn, en wie weet zou een van hen werkelijk nog eens de gouden schotel winnen! Wat een glorie voor de ouders!
  De jaren gingen voorbij. De hipjes en hopjes die vroeger altijd zo leuk met elkaar gespeeld hadden, gunden elkaar het licht in de ogen niet meer. Bij voorbaat waren ze jaloers op die ene die eens winnen zou. De vier kansloze konijnen werden de sloofjes van de familie. Zij deden het vuile werk en werden door iedereen geminacht.
  Het hipje dat eigenlijk Cornelia heette (maar dat wist niemand) deed wel mee met de trainingen, en soms - zo eens in de maand - maakte ze wel eens een veelbelovende sprong. Elke nacht in haar dromen won ze de eerste prijs, maar overdag, als ze haar broers en zussen bezig zag, wist ze dat ze niet echt een kans maakte.
  Misschien ooit de derde prijs, maar de eerste, nee.
  En ook zij werd kribbig tegen haar grote zus, die veel betere kansen had, en maakte schampere opmerkingen over de twee hoppen die het van het begin af aan het best gedaan hadden.
  Elk jaar deden ze nu allemaal mee aan de wedstrijd in het dorp, maar nog nooit had een van hen een prijs gewonnen.
  Toen stierf het moederkonijn, en een dag later de vader.
  De vijfentwintig hipjes en hopjes begroeven hun ouders. Allemaal huilden ze. Nu waren hun ouders er niet meer, en nooit waren ze door hen bij de naam genoemd. Nu zou dat ook nooit meer gebeuren.
  Van verdriet trainden de konijnen nog harder dan ze voordien gedaan hadden. Als ze nú zouden winnen, zouden ze kunnen zeggen: 'Wat zouden vader en moeder trots op me geweest zijn als ze dit geweten hadden.' En alle broers en zussen zouden het beamen. De winnaar zou het hoofd van de familie worden, de belangrijkste van het gezin.
  Hipje, die eigenlijk Cornelia heette, dacht daar 's avonds vaak over na en dan tobde ze weer over zichzelf. Wat was het leven toch ellendig, dacht ze dan. Wat voor uitzicht had zij nou eigenlijk? Wat ben je eenzaam als niemand je naam weet.
  En toen kwam er een verlangen in haar op, zo vreemd en schokkend dat ze het de eerste avonden verschrikt van zich afzette, maar de gedachte kwam terug, elke avond opnieuw, en na verloop van tijd raakte ze aan het idee gewend.
  En op een dag, ook voor zichzelf nog onverwacht, voerde ze het uit.
  Ze vertelde het aan niemand, nam van niemand afscheid en wist dat ze door niemand gemist zou worden. Ze haalde diep adem, rende met grote sprongen naar de horizon en sprong daar overheen.
  Aan de andere kant van de horizon lag een land waar zij nog nooit geweest was, maar aan de keuteltjes langs de weg zag ze dat ook hier konijnen moesten wonen. Ze was dus niet verbaasd toen ze na drie dagreizen zes kleine konijntjes zag spelen in een mals klaverveld. Ze huppelde naar hen toe en zei vriendelijk: 'Hallo!'
  'Dag mevrouw', zeiden de kleintjes beleefd.
  'Moeten jullie niet naar school vandaag?'
  'Nee.' zei de grootste van de zes. 'Onze juffrouw is verhuisd en nu mogen wij elke dag buiten spelen totdat ze een nieuwe meester of juffrouw gevonden hebben.'
  Hé, dacht Hipje, misschien kan ik die nieuwe juffrouw wel worden! Dan heb ik werk en kan ik hier in dit mooie klaverveld een eigen holletje graven. Dus vroeg ze: 'Kunnen jullie me wijzen waar de school is?'
  Dat deden de zes konijntjes graag.
  Bij de school gekomen, wachtte Hipje totdat het pauze was. Toen stapte ze op het hoofd van de school af en zei dat zij werk zocht en dat ze gehoord had dat ze hier een nieuwe kleuterjuf zochten. Zouden ze haar daar misschien voor aan willen nemen?
  'Hebt u een diploma?' vroeg het hoofd van de school.
  'Nee.' zei Hipje, 'Maar ik heb negentien jongere broertjes en zusjes, ik ben wel kleine kinderen gewend, ik denk dat het wel zal gaan.'
  'Hm.' bromde het hoofd van de school. 'We zitten erg onthand, misschien kunnen we u wel voor proef aannemen. Laten we zeggen voor drie maanden, en als het goed bevalt een vaste aanstelling.'
  Hierna mocht ze binnenkomen om kennis te maken met haar toekomstige collega's. Dat waren er elf, want het was een grote school. Ze zaten net koffie te drinken in de lerarenkamer en keken nieuwsgierig op toen het hoofd van de school met haar binnenkwam en zei dat dit voorlopig de nieuwe kleuterjuf zou zijn.
  'Goedemiddag, goedemiddag' groette Hipje en vriendelijk keken de konijnen haar aan en gaven haar een pootje.
  'Wat is uw naam?' vroeg er een.
  Hipje slikte even en zei zacht: 'Cornelia.'
 
Manja zweeg. Lea stond op, bedankte Manja voor het verhaal en ging weer naast me zitten. Haar gezicht was vuurrood en in zichzelf gekeerd. Ze sprak niet, keek niemand aan.
  Omdat ik begreep dat ze even tijd voor zichzelf wilde hebben, wenkte ik de drie kleine meisjes en ging met hen naar de tafel bij de boekenkasten waar Manja thee en frisdrank had staan.
  Samen met de meisjes bracht ik iedereen wat te drinken. Gijs hoopte zo dat er nog een verhaal zou komen, maar Manja bleek ermee te stoppen.
  Toen Gijs en ik vertrokken namen we hartelijk afscheid van Lea. Als we nog eens in Wiadan komen, gaan we vast bij ze op bezoek.
 
Margriet Verbeek
April 2009
 
 
----------------------------------------
 
Zowel de vijf Manja Wonderschoonverhalen als 'Kerst in het Groene huis' sluiten aan bij het boek 'De verlorenen'.
In De verlorenen leren Gijs en Larix elkaar kennen en ontdekken ze het vreemde land Elmontestratia. Gijs wordt er ontvoerd, en pas na een lange, spannende tocht weet Larix hem te bevrijden.
 
Titel: 'De verlorenen'
Auteur: Margriet Verbeek
Uitgever: Boekscout.nl
Uitvoering: Paperback - 16 x 24 cm.
Aantal pagina's: 404
Prijs: 20,95 Euro
Te bestellen:
 
    Online bij Uitgeverij Boekscout.nl,
    of in de boekhandel
    ISBN - 978-90-8834-469-5
 
www.boekscout.nl
www.margrietverbeek.nl
www.troostlelie.nl
 
De vijf Manja Wonderschoonverhalen zijn voorbereidende verhalen voor 'De troostlelie'. Voordat het boek in druk verschijnt, zullen de eerste hoofdstukken van 'De troostlelie' vanaf begin september 2010 te lezen zijn op de website van 'tenpages.nl'.
 
Tot ziens!
 
Aantal pageviews voor deze gehele site, vanaf 28 februari 2010:
 
URL:http//www.troostlelie.nl/manja3.html
© 2010 by Margriet Verbeek
ALL RIGHTS RESERVED