Welkom op de site van De troostlelie!
 
Naar de homepage van deze site
 
 
'De verlorenen'
De kleine Gijs raakt
verloren in Elmonte-
stratia, Larix komt
hem redden, en sa-
men ontgruwen ze
de Kloof van Gruw.
Lees drie pagina's
online door op
bovenstaande link
te klikken, of bestel
het papieren boek
bij de uitgever.
Klik daarvoor op de
link hieronder.
 
'De verlorenen'
Online bestellen

 
 
6 gratis e-books
voor e-reader of
om online te lezen.

Alle zes de verhalen
hieronder zijn min
of meer verbonden
met 'De verlorenen'
en 'De troostlelie'.
 
 
E-mail naar Margriet Verbeek
 
 
De Manja Wonder-
schoonverhalen

In de vijf Manja Won-
derschoonverhalen
hieronder, leren Gijs
en Larix de oude
verteller kennen en
luisteren zij naar
zijn verhalen.
Manja Wonderschoon
komt ook voor in
De troostlelie.
 
 
M. Wonderschoon 1
Ries
Een reus voelt zich
eenzaam, omdat hij
niet weet hoe groot
hij is.
 
 
M. Wonderschoon 2
Rozeliefje
Een lief meisje houdt
het niet vol lief te blijven.
 
 
M. Wonderschoon 3
Cornelia
Cornelia verlangt
ernaar zichzelf te
mogen zijn.
 
 
M. Wonderschoon 4
De pimpelmezen
'Maar zelfs de kleine
raaf krijgt waar hij zo
om schreeuwt.'
Vanuit het oogpunt
van de pimpelmezen-
ouders.
 
 
M. Wonderschoon 5
'De kleine stenen'
Een heel dorp moet
verhuizen.
Wie draagt de
zwaarste last?
 
 
Boekhandel 't Leesfestijn, Vlaardingen, waar 'De verlorenen' te koop is.

 
 
'Kerst in het
Groene Huis'

Een Delftse student
ontmoet een vrouw
die hij lijkt te herken-
nen uit een droom.
 
 
Linkspagina
Links naar ongewone,
originele boeken.
 
 
Korte bio
van Margriet Verbeek
 
 
Andere website
van Margriet Verbeek
 
 
Interview met
Margriet Verbeek
over e-books.
 
 
 
Top
 
'De verlorenen'
De kleine Gijs raakt
verloren in Elmonte-
stratia, Larix komt
hem redden, en sa-
men ontgruwen ze
de Kloof van Gruw.
Lees drie pagina's
online door op
bovenstaande link
te klikken, of bestel
het papieren boek
bij de uitgever.
Klik daarvoor op de
link hieronder.
 
'De verlorenen'
Online bestellen

 
 
Het wapen van de Elmontestratiaanse stad Dolia.
 
 
Hieronder zes
korte verhalen die
verbonden zijn
met beide boeken.

 
 
De Manja Wonder-
schoonverhalen

In de vijf Manja Won-
derschoonverhalen
hieronder, leren Gijs
en Larix de oude
verteller kennen en
luisteren zij naar
zijn verhalen.
Manja Wonderschoon
komt ook voor in
De troostlelie.
 
 
M. Wonderschoon 1
Ries
Een reus voelt zich
eenzaam, omdat hij
niet weet hoe groot
hij is.
 
 
M. Wonderschoon 2
Rozeliefje
Een lief meisje houdt
het niet vol lief te blijven.
 
 
M. Wonderschoon 3
Cornelia
Cornelia verlangt
ernaar zichzelf te
mogen zijn.
 
 
M. Wonderschoon 4
De pimpelmezen
'Maar zelfs de kleine
raaf krijgt waar hij zo
om schreeuwt.'
Vanuit het oogpunt
van de pimpelmezen-
ouders.
 
 
M. Wonderschoon 5
'De kleine stenen'
Een heel dorp moet
verhuizen.
Wie draagt de
zwaarste last?
 
 
 
 
De melona van Larix in Elmontestratia, waarmee zij contact kan houden met Gijs, via de boom Tiligue, en het kleine, gele vriendschapsvlindertje.
 
 
 
Top
 
'De verlorenen'
De kleine Gijs raakt
verloren in Elmonte-
stratia, Larix komt
hem redden, en sa-
men ontgruwen ze
de Kloof van Gruw.
Lees drie pagina's
online door op
bovenstaande link
te klikken, of bestel
het papieren boek
bij de uitgever.
Klik daarvoor op de
link hieronder.
 
'De verlorenen'
Online bestellen

 
 
E-mail naar Margriet Verbeek
 
 
Hieronder zes
korte verhalen die
verbonden zijn
met beide boeken.

 
 
De Manja Wonder-
schoonverhalen

In de vijf Manja Won-
derschoonverhalen
hieronder, leren Gijs
en Larix de oude
verteller kennen en
luisteren zij naar
zijn verhalen.
Manja Wonderschoon
komt ook voor in
De troostlelie.
 
 
M. Wonderschoon 1
Ries
Een reus voelt zich
eenzaam, omdat hij
niet weet hoe groot
hij is.
 
 
M. Wonderschoon 2
Rozeliefje
Een lief meisje houdt
het niet vol lief te blijven.
 
 
M. Wonderschoon 3
Cornelia
Cornelia verlangt
ernaar zichzelf te
mogen zijn.
 
 
M. Wonderschoon 4
De pimpelmezen
'Maar zelfs de kleine
raaf krijgt waar hij zo
om schreeuwt.'
Vanuit het oogpunt
van de pimpelmezen-
ouders.
 
 
M. Wonderschoon 5
'De kleine stenen'
Een heel dorp moet
verhuizen.
Wie draagt de
zwaarste last?
 
 
Boekhandel 't Leesfestijn, Vlaardingen, waar 'De verlorenen' te koop is.

 
 
'Kerst in het
Groene Huis'

Een Delftse student
ontmoet een vrouw
die hij lijkt te herken-
nen uit een droom.
 
 
Linkspagina
Links naar ongewone,
originele boeken.
 
 
Korte bio
van Margriet Verbeek
 
 
Andere website
van Margriet Verbeek
 
 
Interview met
Margriet Verbeek
over e-books.
 
 
'De verlorenen'
Online bestellen

 
 
Het wapen van de Elmontestratiaanse stad Dolia.
 
 
Top
 
door Margriet VerbeekFollow MargrietVerbeek on Twitter



De vijf Manja Wonderschoonverhalen sluiten aan op 'De verlorenen'.
De oude verhalenverteller is in deze verhalen al op de vlucht, maar hij kan nog binnen Elmontestratia uit handen van zijn achtervolgers te blijven. Hoe het gaat als hem dat niet meer lukt, lees je in 'De troostlelie'.
 
Download onderstaand verhaal voor e-reader:     Adobe PDF      ePub      TXT
 
Doet de PDF het niet?
Ga met de muis op de link staan, klik dan met de rechtermuisknop en kies 'Koppeling opslaan als' of 'gelinkte gegevens opslaan' uit het keuzemenuutje. Sla de PDF op in een map of op je bureaublad. Daarna kun je die PDF openen in Acrobat Reader.
Werkt het dan nog niet? Download dan de nieuwere gratis versie van Adobe Reader.
 
Doet de ePub het niet?
Aan ePub heb je alleen iets als je Adobe Digital Editions gedownload hebt.
Volg daarvoor de volgende instructies.
 



Ries - Voor Gijs


 
Eindelijk was het zo ver!
  Na schooltijd rende Gijs zo hard hij kon naar het park. Zijn moeder en Jurriaan zouden pas laat thuiskomen. Hij zou voor zijn eigen eten zorgen en had beloofd op tijd naar bed te gaan. Fantastisch, dat het hem gisteren gelukt was om bij Larix de doek met de stenen uit de kast te pikken! Hij zou de doek heus weer terugleggen, ze hoefde het niet eens te weten, hij wilde het alleen even proberen. Dat kon toch geen kwaad?
  Gijs hijgde. Veegde het zweet van zijn voorhoofd en aarzelde toch een beetje toen hij het park binnenging. Hij had de doek van Larix mee naar school genomen. Die bleek precies in het koffertje van Jurriaan te passen. Op school hadden ze hem natuurlijk wel uitgelachen vanwege de lachende Ernie en Bert op de helderoranje plastic zijkant van Jurriaans koffertje. Gijs had ook maar een beetje gelachen. Het wás ook gek. Een jongen die met zijn volgende verjaardag al tien werd, liep niet met zo'n kleuterkoffertje. Maar wat kon het hem schelen? Hij had lekker zijn doek bij zich, zodat hij nu regelrecht verder kon. Hoe meer tijd daarginds, hoe beter.
  Er waren vrij veel mensen in het park. Hopelijk zat hij straks alleen, anders zou het hem niet eens lukken. Stel je voor hoe 'n pech dat zou zijn! Een kans als deze zou hij niet gauw nog eens krijgen.
  Bang dat Larix er toevallig ook zou zitten, hoefde hij niet te zijn. Zij was in Maassluis vanavond. Zij gaf een gitaarconcert. Ze had hem er gisteren alles over verteld.
  Daar was de boom. Gijs gluurde door de struiken om het bankje te zien. Was het leeg? Volgens hem wel. Was het pannenkoekenhuis open? Ja natuurlijk, maar dat hoefde niet erg te zijn, je kon makkelijk aan de andere kant van de boom gaan zitten. Nu het smalle pad aflopen, schuin naar beneden, en daar was hij dan. De grote, oude plataan. Gijs grijnsde. Nu ging het gebeuren.
  Hij voelde zijn hart bonken. Van het rennen misschien. Maar ook van spanning. Hij opende zijn koffertje. Voorzichtig vouwde hij de doek van Larix open. Hij trok hem aan als een cape, nam het koffertje op schoot en keek nogmaals om zich heen. Niemand te zien. Hij nam in elke hand een van de stenen die aan de punten van de doek aan een koord hingen en wreef de twee donkere helften tegen elkaar. Hij hield zijn adem in. Lukte het?
  De lucht golfde als het beeld van een kapotte televisie, hij hoorde een tinkelend geluid als van een roerend theelepeltje in een koffiekopje en heel in de verte zag hij vuurwerk. Bontgekleurd, maar niet zo heel zichtbaar tegen de lichte hemel.
  'Yesss!' juichte Gijs. De lucht werd weer helder. Weg was het Vlaardingse park. Hij zag blauwe madelieven in het gras en hoog in de lucht een regenboog.
  Een regenboog? Wat betekende dat?
  Hij draaide zich om en keek de oude boom aan.
  Gijs lachte.
  'Hoi Tiligue! Dat wist je niet hè? Dat ik komen zou!'
  'Je bent alleen.' antwoordde de boom.
  'Ja, ik wou zo graag eens proberen alleen te komen. Nou, dat lukt makkelijk, dat zie je. Ik snap niet waarom Larix dat nooit goed vindt. Ik zou hier juist heel vaak heen willen! Ik zou hier wel willen wonen!'
  'En dat is dus precies de reden waarom Larix het geen goed idee vindt.'
  'Waarom?'
  'Je moet in je eigen wereld leven, Gijs. Er zijn niet veel kinderen die hier alleen komen. Ik denk dat Larix misschien wel gelijk heeft. Luister maar naar haar.'
  'Maar toen ik hier de vorige keer met Larix was, vertelde je van die meneer Wonderschoon en toen zei je toch dat daar ook altijd een heleboel kinderen naar toe gaan.'
  'Dat klopt, maar dat zijn dan meestal kinderen die hier wonen. Of die samen met iemand anders zijn.'
  'Nou ja, goed, maar daar wou ik ook heen. Want dat kan toch, hiervandaan? Weet jij precies waar die grensplaats is?'
  Tiligue zweeg. De regenboog verdween. Het werd bewolkt. Gijs zag het met zorg aan. Aan de hemel boven Tiligue kon je zien hoe de oude plataan zich voelde. Gijs had op dit moment liever een stralend blauwe hemel gehad. Straks werd hij nog teruggestuurd.
  'Ik weet niet goed wat ik zeggen moet.' zei Tiligue na lange tijd.
  'Maar als ik op jouw bank zit, weet je toch altijd wat ik denk?' vroeg Gijs pleitend. 'Dan weet je toch ook dat... dat ik het zo graag wou? Dat ik er de hele tijd aan moet denken?'
  'En dat je hoopt dat Manja Wonderschoon ook voor jou een persoonlijk verhaal heeft.' zei Tiligue. 'Ja, dat begrijp ik wel. Maar je hebt toch ook de rest gehoord van wat ik Larix vertelde? Manja Wonderschoon heeft veel meegemaakt de laatste tijd. Hij is bang geworden en heeft zich verborgen. Niemand weet waar hij woont.'
  'Maar iedereen die in vrede komt en hem vinden wil, vindt hem.' vulde Gijs aan. 'Dat zei je toch ook tegen Larix, toen? En op jouw land is de grensplaats. Ik kan het toch proberen? Ik kan toch kijken of ik hem vinden mag?'
  'Dat heb je mooi gezegd, Gijs. Of je hem vinden mag. Zo gaat het inderdaad.'
  'Zeg je me dan waar de grensplaats is?'
  'Ik had liever dat je met Larix zou gaan.' aarzelde Tiligue. 'Of met Kamilla.'
  'Maar dat kan niet, Kamilla is in de Kloof.'
  'Ja.'
  'Ik kan wel alleen, Tiligue. En ik kom heel gauw weer terug, want ik moet thuis zijn als mijn moeder en Jurriaan thuiskomen.'
  'Je komt heel snel weer terug. Beloof je dat?'
  'Ja.'
  'Wat beloof je precies? Spreek het eens uit?'
  'Ik ga naar de plaats waar Manja Wonderschoon ergens moet zijn, ik zal veel aan hem denken en dan hoop ik dat hij zich laat vinden. Dan vraag ik hem naar mijn verhaal. En daarna ga ik gelijk weer terug, en dan ga ik gauw naar huis.'
  'En morgen geef je doek weer terug aan Larix, en je vertelt dat je hier geweest bent.'
  'Ja, als ik gek ben! Dan neemt ze me nooit meer mee.'
  'Nee, Gijs, ik meen het. Je vertelt het, en je geeft de doek terug. Juist als jij je nu betrouwbaar gedraagt, heb je de grootste kans dat ze je de doek ooit echt cadeau doet. Je moet Larix niet bedriegen.'
  'Nee.' zei Gijs kleintjes. 'Nou, goed dan. Maar zeg jij dan ook tegen Larix dat jij het goed vond? Dat ik dat best kan? Dat het helemaal niet gevaarlijk is?'
Tiligue lachte. De dikke stam van de boom schudde ervan, de zon begon te schijnen.
  'Dat zien we dan wel weer. Ga nu maar en doe vooral de groeten aan Manja.'
  'Komt Manja ook weleens bij jou?'
  'Jazeker! Waarom dacht je anders dat ik zo'n mooie grensplaats naar zijn woning had? Manja en ik zijn bevriend.'
  'Larix en ik ook.'
  'Ja, Larix en jij zijn ook mijn vrienden. Ga nu maar gauw. Zie je daar helemaal links dat puntige, grijze rotsblok uit het gras steken?'
  'Waar?'
  'Volg in gedachten het beekje. Aan de rechterkant daarvan staan kleine berken, zie je wel? En links daarvan, midden in het gras, zie je een grijze driehoek.'
  'Ja, ik zie het.'
  'Loop daar naar toe. Die grijze driehoek is de grootste kei van een kring van stenen. Ga in het midden daarvan staan en probeer je grensstenen. Als het niet lukt moet je meteen terugkomen, want als er aan de andere kant ook iemand is, kan het lange tijd duren voor die persoon weer weggaat, dat weet je wel.'
  'Goed.'
  Gijs sprong van het bankje af en liep naar links met zijn koffertje aan de hand. Deze kant was hij nooit eerder op geweest. Het veld was open. Als hij omkeek zag hij Tiligue, maar hij wist dat Tiligue hem niet kon zien. Tiligue had alleen contact met de persoon die op zijn bank zat. Toch kon Gijs het niet laten even te zwaaien en het leek hem toch net alsof de takken terugwuifden. Maar dat was misschien inbeelding. De puntige kei bleek ongeveer een kwartier lopen bij Tiligue vandaan te zijn en al van ver zag Gijs de andere keien. Wie had die cirkel gemaakt? Waar diende het voor? Toch niet alleen om de grensplaats aan te geven? Of misschien toch? Misschien waren er nog meer grensplaatsen hier, en waren die niet veilig? Larix had hem vroeger eens verteld over een supergevaarlijke grensplaats, ze huiverde nog als ze erover vertelde.
  Bij de cirkel aangekomen, ging Gijs tussen twee stenen door naar binnen. Precies in het midden lag een platte kei, waar twee uithollingen in waren. Daar pasten mooi twee voeten in. Zie je wel, dat luisterde vast heel nauw op deze plaats. Gijs ging er staan, zijn voeten netjes naast elkaar gezet zoals het blijkbaar moest, hij nam de twee stenen van zijn doek in de hand en wreef een donkere tegen een lichte kant. Zijn gezicht werd één grote lach toen hij het klokjesgeluid hoorde, de lucht zag bewegen en hij even niets meer kon zien. Het was of er damp opsteeg, of hij door de wolken reisde. Toen klaarde het op en stond hij in een bos. Opgetogen keek Gijs om zich heen. De geur van de bomen, de zonnevlekken die door de bladeren op het heldergroene mos dansten, wat mooi was het hier! Maar wat nu? Welke richting zou hij op gaan? O, wacht. Eerst deze plek goed onthouden, anders kon hij later niet meer terug. Gijs keek om zich heen. Het bos was zo licht met brede paden en veel open plekken. Was het misschien een verwilderd park? Vlakbij de plaats waar hij stond, zag hij een standbeeld van een zeemeermin met dolfijnen en daaronder een stenen bak. Dat was vroeger zeker een fontein geweest. Als hij straks die fontein opzocht, en dan drie stappen daarachter... Weet je wat? Hij zou er wat keitjes neerleggen. Een kring, net als bij het veld van Tiligue. Gijs deed het en liep daarna tevreden verder. Wat nu? Op het brede pad blijven om niet te verdwalen. En aan Manja Wonderschoon denken. Hoe zou Manja eruit zien? Waar zou hij wonen? Wat voor verhaal zou hij voor hem hebben?
  'Manja, Manja, Manja Wonderschoon.' fluisterde Gijs. 'Waar ben je Manja, waar ben je meneer Wonderschoon. Of u? Moet ik u tegen u zeggen? Waar bent u meneer Wonderschoon? Waar bent u Manja Wonderschoon? Hebt u een verhaal voor mij? Ik ben Gijs, ik woon in Nederland. In Vlaardingen. Ik ben negen jaar, en ik wil zo graag uw verhaal horen. Manja, Manja, Manja Wonderschoon.'
  Langzaam doorlopend, werd het tot een liedje, half zingend, half sprekend.
  In het begin keek hij voortdurend om zich heen of hij ergens iemand zag verschijnen, maar na verloop van tijd raakte hij dat krampachtig zoeken een beetje kwijt en liep hij ontspannener. En opeens, bij een extra breed gedeelte van het pad, zag hij het.
  Een schaduw op de grond.
  Niet de schaduw van hemzelf, maar een schaduw van iemand die er niet was. Een kleine man met wapperende kleren en een wijzende hand.
  Daar, daar, wees de hand. Was dat de richting die Gijs lopen moest?
  Vast!
  Gijs gehoorzaamde de hand en sloeg rechtsaf.
  Pas op, onthoud de weg, straks moet je weer terug, zei hij tot zichzelf. Bij elk kruispunt, elke open plek in dit weidse bos, verscheen de schaduw. Totdat de wandeling eindigde bij een hoge wand. De voet van een heuvel.
  De schaduw wees, maar hoe kon Gijs daar verdergaan? Moest hij er misschien naar boven klimmen? Hij keek. Dat kon echt niet, de wand liep loodrecht omhoog, zonder uitsteeksels. Gijs voelde aan de muur van klei. Daar kon je toch niet door?
  De schaduwman gleed over het pad tot bij de steile voet van de berg en hield toen zijn beide schaduwhanden plat tegen de wand. De schaduw vervaagde, alleen de grijze handafdrukken bleven scherp zichtbaar, totdat ook die verdwenen. Wat betekende dat?
  Gijs legde zijn eigen handen op diezelfde plek en trok ze toen snel terug. De wand was warm! Hij voelde boven en onder die plaats. Daar was het koud, zoals je verwachten zou. Toen weer terug naar de plek waar de handafdrukken hadden gestaan. Ja, het was duidelijk warm. Gijs legde er opnieuw zijn handen op en spreidde zijn vingers wijd uit, zoals de schaduwhand gedaan had. Een poosje bleef hij zo staan, en net toen hij zijn handen terug wilde trekken hoorde hij een ritselend geluid en zag hij lijnen verschijnen in de wand. Er verscheen een deur. Een deur met een klein raampje erin met rood bobbeltjesglas en rechts van het midden een deurknop.
  Gijs probeerde die en de deur ging open. Even aarzelde hij. Was dit echt het huis van Manja Wonderschoon? Stel dat dit een val was van een trol of zo? Dan liep hij er zo in. Maar hij had Manja toch geroepen? En als je hem roept zal je de woonplaats van Manja vinden, had Tiligue gezegd. Nou, dat was precies wat er gebeurd was. Nee, dit was wel in orde.
  Gijs stapte naar binnen en sloot de deur. Van binnenuit bleef de deur gewoon zichtbaar. Dat was wel geruststellend. Gijs draaide zich om. Er waren geen ramen hier. Zijn ogen moesten even wennen aan het donker, na de lichte zonneschijn van buiten in het bos. Overal waren lampen. Lampen met vlammetjes erin. Olielampen misschien? De lucht was prettig fris. Het rook naar gebakken koekjes of appeltaart. Ja, appeltaart, Gijs snuffelde en herkende toen de zoete lucht van kaneel.
  Behalve de lampen was er ook een overvloed aan minuscule lichtpuntjes die zacht zwevend langs het plafond bewogen. Wat waren dat voor lichtjes?
  Tegen de achterwand van de vrij grote ruimte was een kring van lampen waarbinnen een groepje mensen zat. Gijs hoorde zacht gepraat, gelach, en een sympathieke stem waar iedereen naar luisterde. Behoedzaam sloop Gijs dichterbij. Van een korte afstand bekeek hij de kring. Niemand leek hem nog opgemerkt te hebben. Hij zag kinderen zoals hijzelf. Jongens en meisjes. Maar ook engelvlinders; Elmontestratiaanse mensachtigen, een ietsje kleiner dan mensen. Ze hadden gekleurde vlindervleugels op hun rug. Gijs had ze al vaker gezien.
  Een paar volwassen mensen zag hij ook. Een vrouw die waarschijnlijk de moeder van dat kleine jongetje was, en twee oudere mannen die wat achteraf zaten. Ze zaten allemaal op kussens op de grond. Elk van hen had een laag kommetje voor zich waar ze af en toe uit dronken. De gezichten waren gericht naar een kleine grijze man op een heel groot, roodgevlamd kussen. Was dat Manja Wonderschoon? Als hij sprak keek hij de kring rond, niemand werd buitengesloten. Wat plezierig was het hier. Het voelde veilig.
  Grijs, was Manja Wonderschoon. Niet alleen zijn lange haar en zijn ogen, ook zijn huid en zijn wijde kleren. Hij was klein en tenger voor een volwassen man, maar leek Gijs toch een mens van zijn eigen wereld te zijn. Niet een van de vreemde wezens uit Elmontestratia. Als hij sprak verschenen er zachte kleuren in zijn kleren en haren. Als golvende regenbogen. Als hij zweeg was hij weer grijs. Toen hij zijn stem verhief - niet in boosheid, maar in blijdschap en enthousiasme over datgene wat hij vertelde - werden de wervelende kleuren helderder en schoten er kleine lichtpuntjes uit die een poosje boven de aanwezigen uit bleven dwarrelen. Hoewel Gijs de stemmen kon horen, kon hij de woorden niet verstaan. Pas toen hij nog een stap vooruit zette, hoorde hij Manja Wonderschoon roepen: 'Gijs! Ben je daar? Kom zitten, er ligt al een kussen voor je klaar.'
Snel stapte Gijs de kring binnen en ging zitten op een bruin kussen. Er stond een kommetje naast. De jongen die naast hem zat, wees ernaar. Gijs dronk ervan. Het was dice. De frisdrank van Elmontestratia. Lekker!
  Manja Wonderschoon besteedde nu geen aandacht meer aan hem, maar Gijs begreep waarom. Manja was bezig met een verhaal voor een kleine jongen die op een groot, groen kussen zat. Vlakbij het kussen van Manja. De jongen leek half in slaap. In trance. Zo intens luisterde hij. Gijs probeerde het verhaal te volgen, maar dat lukte hem niet. Het was het slot van een ingewikkeld verhaal over strikakels en stromsels. Wat waren dat? Het leken vechtlustige wezens te zijn, het verhaal eindigde met een bloedige strijd. Hoorde zo'n verhaal bij dat iele jongetje? Gijs verbaasde zich. Hij keek voorzichtig om zich heen. Iedereen leek intens te luisteren. Niemand keek naar Gijs.
  Vlakbij Gijs zat een engelvlindermeisje. Wat waren dat toch een sprookjesachtige wezens, die engelvlinders. Toen het verhaal uit was stond de jongen op van het dikke kussen, pakte Manja's beide handen, bedankte hem en boog even zijn hoofd. Daarna ging hij tussen de anderen zitten. Manja Wonderschoon keek om zich heen, zocht Gijs met zijn ogen en maakte uitnodigende gebaren naar het groene kussen. Gijs stond op en keek een beetje verontschuldigend naar de anderen - hij had sterk het gevoel dat hij voordrong - en ging zitten.
  'Ja, ik heb een verhaal voor je, Gijs.' sprak Manja Wonderschoon. 'Steek je handen uit.'
  Gijs deed het.
  Manja pakte Gijs' handen en wachtte een poosje. Gijs voelde hoe zijn handpalmen begonnen te gloeien. Toen liet Manja ze weer los, leunde achterover en begon met een warme stem te vertellen. 'De titel van jouw verhaal is 'Ries'. Luister maar goed en probeer het te onthouden.'
  Gijs leunde naar achteren, zoals hij daarnet die jongen had zien doen. Hij keek Manja aan terwijl hij sprak en voelde zich als betoverd. De woorden van Manja zag hij voor zich alsof het een film was. Of nee, alsof het een herinnering was in zijn eigen hoofd.
 
'In een dal tussen de heuvels stonden vijftien kleine huizen waarin mensen woonden.' zei Manja. 'Het middelste huis was het grootst, en daarin woonde Ries. Hij was sterk en handig, en vaak hielp hij zijn buren met het bouwen van een schuurtje of het repareren van een dak.
Ook speelde hij graag met de kinderen uit de buurt. Alle mensen mochten hem graag. Maar hoewel ze hem graag mochten, werd er achter zijn rug ook vaak om hem gelachen. Dat was omdat hij zo groot en dik was, en omdat hij zoveel at. Als ze eens een feest hadden en er werd daarvoor een varken geslacht, dan lachten de mensen: 'Reserveer de helft maar voor Ries!' Soms hoorde Ries dit en dan lachte hij mee. Het was immers waar, hij at veel meer dan de andere mensen. Hij groeide ook meer dan de andere mensen, maar omdat groeien zo langzaam gaat, merkten de mensen die hem elke dag zagen het niet. Ries zelf merkte het wel, maar hij praatte er niet over. Hij merkte dat hij zijn hoofd moest buigen als hij door een deur naar binnen wilde gaan. En een half jaar later merkte hij dat zijn hoofd het plafond raakte van elk huis waar hij binnenkwam. Zijn eigen huis paste hij daaraan aan. Hij maakte de deur zo groot als de hele voorkant van het huis. Het plafond en de binnenmuren brak hij weg. Zo paste hij er toch nog in, maar bij de andere mensen kon hij niet meer op bezoek. Ries schaamde zich daarvoor, en daarom zei hij nooit de reden. Hij verzon smoesjes om te verbergen hoe vreselijk groot hij geworden was en de mensen merkten niets. Ze bleven om hem lachen en de kinderen bleven met hem spelen. Hij ging door met het helpen van de buren zodra er zwaar werk te doen was. Het groeien stopte niet. Ries kon alleen nog op zijn hurken zitten in zijn eigen huis, en als hij 's nachts sliep stootten zijn tenen tegen de muur en dat deed pijn. Dan kreunde Ries in zijn slaap. Kermde soms zachtjes. De mensen in de huizen om hem heen hoorden het. Zij ergerden zich daaraan. Konden niet slapen van dat akelige geluid.
  'Houd daar toch mee op.' zeiden ze tegen Ries. 'Wij jammeren toch ook niet zo?'
  'Maar mijn huis is zo klein.' klaagde Ries. 'Ik krijg daar zulke zere tenen van!'
  'Onzin!' spraken de mensen. 'Woon jij niet in het grootste huis van allemaal? En woon jij daar niet helemaal alleen? Moet je Dirk en Elke maar eens zien, die wonen met drie kinderen in een kleiner huis dan jij, en hoor je hún soms klagen? Je moest je schamen!'
  En dat deed Ries. Hij nam zich voor beter zijn best te doen, zich meer te gedragen zoals de anderen, maar het lukte niet. Steeds kreeg hij kramp in een arm of een been, en dan altijd die zere tenen. Hij huilde nu zo zacht mogelijk, maar toch hoorden de mensen het nog. 'Houd op met die aanstellerij, wat is dat nu voor voorbeeld voor onze kinderen! Als je je niet beter gedragen kunt, ga dan ergens anders wonen. Ergens helemaal alleen, waar je niemand hindert met dat gejank in de nacht.'
  Ries werd hier erg verdrietig van.
  Op een nacht had hij een mooie droom. Hij droomde van het reuzenland in de bergen. In het reuzenland woonden reuzen in reuzenhuizen. Ze sliepen in reuzenbedden onder reuzendekens, en niemand van hen had zere tenen.
  Toen Ries die ochtend wakker werd, en hij zijn gekreun probeerde binnen te houden, dacht hij aan die wonderlijke droom. Waarom wonen reuzen in zulke grote huizen? Omdat ze dan geen zere tenen krijgen! Wat fijn voor die reuzen!
  En Ries dacht aan zichzelf, aan dat hij merkte dat hij nog steeds niet gestopt was met groeien. Er zaten nu al barsten in de buitenmuur, en in het dak was een gat, waar hij eens per ongeluk zijn hand door gestoken had. Plotseling, als een bliksemflits, schoot een gedachte door hem heen. Geen vraag was het, het was een zeker weten: Hij was een REUS!
  Het groeien zou nog heel lang doorgaan en dat was helemaal niet erg. Hij moest gaan verhuizen naar het reuzenland in de bergen, en dan zou hij zelf net zo'n mooi huis kunnen maken als waar hij over gedroomd had. En nooit meer zou hij last hebben van zere tenen.
  Ries lachte van blijdschap. Hij lachte bulderend. Hij lachte zo hard dat de buitenmuur, waar al barstjes in gezeten hadden, ineen stortte.
  De mensen uit de andere huizen stroomden toe om te kijken naar het huis van Ries.
  Ze riepen: 'Ries houdt toch eens je fatsoen! Pas toch eens een beetje op!', maar Ries luisterde niet, integendeel, hij strekte zijn armen en zijn benen, en hij ging rechtop staan. Het huis barstte aan alle kanten, de muren stortten in en het dak zakte naar beneden.
  Toen hij rechtop stond, keek hij naar de mensjes beneden en hij zei: 'Jullie zullen geen last meer van me hebben mensen, ik ga verhuizen naar het reuzenland! Als jullie durven, mogen jullie me daar opzoeken, maar ikzelf kom nooit meer hier. Ik pas niet in jullie huizen. Het ga jullie goed!'
  En Ries stapte weg met reuzenstappen, sprong door de heuvels met reuzensprongen, en rende in één keer door naar de bergen waar de reuzen woonden.
  Daar bouwde hij voor zichzelf een reuzenhuis en de andere reuzen werden zijn beste vrienden.'
 
Manja Wonderschoon zweeg en glimlachte naar Gijs.
  Gijs begreep dat het verhaal uit was en bedankte Manja zoals hij daarnet die andere jongen had zien doen.
  'Je moet nu weer naar huis gaan, Gijs.' zei Manja. 'Doe de groeten aan mijn vriend Tiligue.'
  'O, dat vergat ik nog!' haastte Gijs zich te zeggen, 'U ook de groeten van Tiligue. Dat zei hij nog speciaal.'
  'Dank je. Maar je moet nu gaan. Als je buiten deze woning bent, zal ik je de plek naar de fontein wijzen zoals daarnet. En weet dat je hier altijd welkom bent. Daarom, Gijs, tot ziens!'
  'Tot ziens!' antwoordde Gijs.
  Hij stond op, zwaaide naar de mensen en wezens in de kring, en liep naar de deur in de wand. Die ging gemakkelijk open. Toen hij buiten kwam, zag hij dat het al schemerig werd. Hoe laat was het? Hij keek op zijn horloge. Half negen. Dat was nog mooi op tijd. Als hij om tien uur thuis was, was het vroeg genoeg. Gijs liep het brede pad in dat hij van daarnet herkende. Bij een kruispunt van niet vier, maar acht paden, aarzelde hij. Toen verscheen de schaduw op de grond en wees hem de weg. Zo vond hij de fontein gemakkelijk terug. Korte tijd later zat hij weer op de bank bij Tiligue. De boom was blij dat hij er was. Gijs zag het aan de lucht. Helderblauw met aan de horizon paarse, roze en groene strepen, en twinkelende sterretjes in de steeds donker wordende hemel. Gijs bracht Tiligue de groeten van Manja Wonderschoon over en vertelde wat hij meegemaakt had.
  'Ik snap alleen dat verhaal niet.' eindigde hij. 'Ik ben toch niet groot en dik? Ik eet toch geen half varken en barst niet uit mijn huis? Dat slaat toch nergens op?'
  'Zo gaat dat vaak met de verhalen van Manja Wonderschoon.' zei Tiligue. 'De eerste stap is niet om het verhaal te begrijpen, maar om het te onthouden en er af en toe aan te denken. Waarschijnlijk gaat het dan op den duur iets voor je betekenen. En het is toch een mooi verhaal?'
  'Dat wel.' beaamde Gijs.
  'Nu moet je gaan, Gijs. Naar huis. En morgen vertel je alles aan Larix. Afgesproken?'
  'Afgesproken.'
  Gijs nam de stenen in zijn handen en wreef de twee lichte kanten tegen elkaar. De lucht begon te rimpelen, hij hoorde ver weg een klokkenspel en even later zat hij in zijn eigen wereld in het park van Vlaardingen.
 
Margriet Verbeek
April 2009
 
 
----------------------------------------
 
Zowel de vijf Manja Wonderschoonverhalen als 'Kerst in het Groene huis' sluiten aan bij het boek 'De verlorenen'.
In De verlorenen leren Gijs en Larix elkaar kennen en ontdekken ze het vreemde land Elmontestratia. Gijs wordt er ontvoerd, en pas na een lange, spannende tocht weet Larix hem te bevrijden.
 
Titel: 'De verlorenen'
Auteur: Margriet Verbeek
Uitgever: Boekscout.nl
Uitvoering: Paperback - 16 x 24 cm.
Aantal pagina's: 404
Prijs: 20,95 Euro
Te bestellen:
 
    Online bij Uitgeverij Boekscout.nl,
    of in de boekhandel
    ISBN - 978-90-8834-469-5
 
www.boekscout.nl
www.margrietverbeek.nl
www.troostlelie.nl
 
De vijf Manja Wonderschoonverhalen zijn voorbereidende verhalen voor 'De troostlelie'. Voordat het boek in druk verschijnt, zullen de eerste hoofdstukken van 'De troostlelie' vanaf begin september 2010 te lezen zijn op de website van 'tenpages.nl'.
 
Tot ziens!
 
Aantal pageviews voor deze gehele site, vanaf 28 februari 2010:
 
URL:http//www.troostlelie.nl/manja1.html
© 2010 by Margriet Verbeek
ALL RIGHTS RESERVED