
'Kerst in het
Groene Huis'
Een Delftse student
ontmoet een vrouw
die hij lijkt te herken-
nen uit een droom.
Linkspagina
Links naar ongewone,
originele boeken.
Korte bio
van Margriet Verbeek
Andere website
van Margriet Verbeek
Interview met
Margriet Verbeek
over e-books.

Top
'De verlorenen'
De kleine Gijs raakt
verloren in Elmonte-
stratia, Larix komt
hem redden, en sa-
men ontgruwen ze
de Kloof van Gruw.
Lees drie pagina's
online door op
bovenstaande link
te klikken, of bestel
het papieren boek
bij de uitgever.
Klik daarvoor op de
link hieronder.
'De verlorenen' Online bestellen

Hieronder zes
korte verhalen die
verbonden zijn
met beide boeken.
De Manja Wonder-
schoonverhalen
In de vijf Manja Won-
derschoonverhalen
hieronder, leren Gijs
en Larix de oude
verteller kennen en
luisteren zij naar
zijn verhalen.
Manja Wonderschoon
komt ook voor in
De troostlelie.
M. Wonderschoon 1
Ries
Een reus voelt zich
eenzaam, omdat hij
niet weet hoe groot
hij is.
M. Wonderschoon 2
Rozeliefje
Een lief meisje houdt
het niet vol lief te blijven.
M. Wonderschoon 3
Cornelia
Cornelia verlangt
ernaar zichzelf te
mogen zijn.
M. Wonderschoon 4
De pimpelmezen
'Maar zelfs de kleine
raaf krijgt waar hij zo
om schreeuwt.'
Vanuit het oogpunt
van de pimpelmezen-
ouders.
M. Wonderschoon 5
'De kleine stenen'
Een heel dorp moet
verhuizen.
Wie draagt de
zwaarste last?
'Kerst in het
Groene Huis'
Een Delftse student
ontmoet een vrouw
die hij lijkt te herken-
nen uit een droom.
Linkspagina
Links naar ongewone,
originele boeken.
Korte bio
van Margriet Verbeek
Andere website
van Margriet Verbeek
Interview met
Margriet Verbeek
over e-books.


Top
'Kerst in het
Groene Huis'
Een Delftse student
ontmoet een vrouw
die hij lijkt te herken-
nen uit een droom.
Linkspagina
Links naar ongewone,
originele boeken.
Korte bio
van Margriet Verbeek
Andere website
van Margriet Verbeek
Interview met
Margriet Verbeek
over e-books.

Top
'De verlorenen'
De kleine Gijs raakt
verloren in Elmonte-
stratia, Larix komt
hem redden, en sa-
men ontgruwen ze
de Kloof van Gruw.
Lees drie pagina's
online door op
bovenstaande link
te klikken, of bestel
het papieren boek
bij de uitgever.
Klik daarvoor op de
link hieronder.
'De verlorenen' Online bestellen

Hieronder zes
korte verhalen die
verbonden zijn
met beide boeken.
De Manja Wonder-
schoonverhalen
In de vijf Manja Won-
derschoonverhalen
hieronder, leren Gijs
en Larix de oude
verteller kennen en
luisteren zij naar
zijn verhalen.
Manja Wonderschoon
komt ook voor in
De troostlelie.
M. Wonderschoon 1
Ries
Een reus voelt zich
eenzaam, omdat hij
niet weet hoe groot
hij is.
M. Wonderschoon 2
Rozeliefje
Een lief meisje houdt
het niet vol lief te blijven.
M. Wonderschoon 3
Cornelia
Cornelia verlangt
ernaar zichzelf te
mogen zijn.
M. Wonderschoon 4
De pimpelmezen
'Maar zelfs de kleine
raaf krijgt waar hij zo
om schreeuwt.'
Vanuit het oogpunt
van de pimpelmezen-
ouders.
M. Wonderschoon 5
'De kleine stenen'
Een heel dorp moet
verhuizen.
Wie draagt de
zwaarste last?
'Kerst in het
Groene Huis'
Een Delftse student
ontmoet een vrouw
die hij lijkt te herken-
nen uit een droom.
Linkspagina
Links naar ongewone,
originele boeken.
Korte bio
van Margriet Verbeek
Andere website
van Margriet Verbeek
Interview met
Margriet Verbeek
over e-books.


Top
'Kerst in het
Groene Huis'
Een Delftse student
ontmoet een vrouw
die hij lijkt te herken-
nen uit een droom.
Linkspagina
Links naar ongewone,
originele boeken.
Korte bio
van Margriet Verbeek
Andere website
van Margriet Verbeek
Interview met
Margriet Verbeek
over e-books.

Top
'De verlorenen'
De kleine Gijs raakt
verloren in Elmonte-
stratia, Larix komt
hem redden, en sa-
men ontgruwen ze
de Kloof van Gruw.
Lees drie pagina's
online door op
bovenstaande link
te klikken, of bestel
het papieren boek
bij de uitgever.
Klik daarvoor op de
link hieronder.
'De verlorenen' Online bestellen

Hieronder zes
korte verhalen die
verbonden zijn
met beide boeken.
De Manja Wonder-
schoonverhalen
In de vijf Manja Won-
derschoonverhalen
hieronder, leren Gijs
en Larix de oude
verteller kennen en
luisteren zij naar
zijn verhalen.
Manja Wonderschoon
komt ook voor in
De troostlelie.
M. Wonderschoon 1
Ries
Een reus voelt zich
eenzaam, omdat hij
niet weet hoe groot
hij is.
M. Wonderschoon 2
Rozeliefje
Een lief meisje houdt
het niet vol lief te blijven.
M. Wonderschoon 3
Cornelia
Cornelia verlangt
ernaar zichzelf te
mogen zijn.
M. Wonderschoon 4
De pimpelmezen
'Maar zelfs de kleine
raaf krijgt waar hij zo
om schreeuwt.'
Vanuit het oogpunt
van de pimpelmezen-
ouders.
M. Wonderschoon 5
'De kleine stenen'
Een heel dorp moet
verhuizen.
Wie draagt de
zwaarste last?
'Kerst in het
Groene Huis'
Een Delftse student
ontmoet een vrouw
die hij lijkt te herken-
nen uit een droom.
Linkspagina
Links naar ongewone,
originele boeken.
Korte bio
van Margriet Verbeek
Andere website
van Margriet Verbeek
Interview met
Margriet Verbeek
over e-books.


Top
|
door Margriet Verbeek 



Als de Delftse student Wouter, na een ruzie, gebroken heeft met zijn vader, belandt hij, zonder te begrijpen hoe, in een onwerkelijke wereld, waar hij Faye ontmoet.
Een maand later ontdekt hij dat diezelfde Faye ook in zijn eigen wereld in Delft woont. Verbaasd en nieuwsgierig gaat hij naar haar huis.
Dit loopt uit op een bijzondere kerstdag.
Wouter uit 'Kerst in het Groene Huis' speelt ook een rol in 'De troostlelie'.
Download onderstaand verhaal voor e-reader:

Doet de PDF het niet?
Ga met de muis op de link staan, klik dan met de rechtermuisknop en kies 'Koppeling opslaan als' of 'gelinkte gegevens opslaan' uit het keuzemenuutje. Sla de PDF op in een map of op je bureaublad. Daarna kun je die PDF openen in Acrobat Reader.
Werkt het dan nog niet? Download dan de nieuwere gratis versie van Adobe Reader.
Doet de ePub het niet?
Aan ePub heb je alleen iets als je Adobe Digital Editions gedownload hebt.
Volg daarvoor de volgende
instructies.



Kerst in het Groene Huis


auteur: Margriet Verbeek
25 november
Verward bleef hij staan op de stoeprand van het verkeersplein voor het station. Trams reden af en aan, voetgangers haastten zich met uitpuilende tassen door de striemende regen. Fietsers reden kromgebogen onder kleine parapluutjes en nergens, nergens was een droog plekje te vinden, een schuilplaats. Twee mensen duwden hem opzij, holden naar de verlichte deur van de kopieerwinkel en gingen daar naar binnen.
Wouter keek hen jaloers na. Ook daarheen gaan? Nee, hij had daar niets te zoeken, hij zou er weggestuurd worden.
Aarzelend deed hij toch een paar stappen in de richting van het warme licht, stootte toen zijn arm pijnlijk tegen een roestige leuning in de muur.
Verbaasd keek hij omhoog. Een smalle, stenen trap. Wat zou daar boven zijn? Zou daar misschien...?
Hij klom omhoog en kwam uit op een stoeptegelplaatsje boven het rumoer van het verkeer. Een stil plekje tegen een oude stadsmuur gebouwd. Er staken kale takken boven de muur uit. Zou hierachter een tuin zijn? Een parkje misschien? In de muur zag hij een verweerde, houten poort. Hij voelde aan de klink. Op slot. Wouter liet zich zakken op de hoge, grijze drempel, met zijn rug tegen de oude deur. De regen striemde nog steeds neer in schuine stralen, maar dicht tegen de deur aan zat je droog en was je bijna onzichtbaar voor de mensen beneden.
Even uitblazen. Hij ontspande zich hoewel hij het koud had. 't Was veilig hier, voor zover dat tenminste mogelijk was midden in Delft. Wat rustiger om zich heen kijkend zag hij nu dat hij niet de enige was die hier weleens kwam. Er lagen bierblikjes tegen de muur, een plastic bekertje waar een slak langzaam naar binnen kroop, en een paar natgeregende bladzijden uit een tijdschrift of een reklamekrantje. Op de stenen dorpel waar hij zat, lagen in de hoek twee mooie, platte kiezelstenen. Het leek op een achtergelaten schat van een kind.
Wouter pakte de stenen.
Rustig nu, zei hij tegen zichzelf. Verstandig zijn. Nadenken.
Aan de ene kant was hij nu alles kwijt; zijn kamer, al zijn spullen, Tirra, de grijze poes, zijn plaatsje op de universiteit, en... zijn vader...
'Ik wil je nooit meer zien!' had zijn vader geschreeuwd. 'Jij, waardeloos stuk verdriet! Je bent mijn zoon niet meer.'
Wouter huiverde. Maar er was ook een andere kant: hij was nu vrij. Hij kon doen wat hij wilde. Liften naar een warm land, daar een baantje vinden misschien, heel de wereld rondtrekken.
Weer rilde hij. Was het hier maar niet zo koud! Was hij maar niet zo nat.
Rustig, rustig. Eerst verder denken.
Hij trok zijn knieën hoog op. Zo in elkaar gedoken leek het een klein beetje warmer te zijn. Hij koesterde de twee stenen in zijn beide handen.
Om in een warm land te komen zou hij misschien met een vrachtwagen mee kunnen rijden. Maar hoe regel je zoiets? Hoe...
Wouter knipperde met zijn ogen, schudde in verwarring zijn hoofd. Wat gebeurde er? Waarom kwam er ineens een waas voor zijn gezicht? Kwam dat van de kou? Alles leek te bewegen, hij zou toch niet flauw vallen? Hij boog zich voorover, kneep zijn ogen dicht en haalde diep adem. En nog een keer.
Warmte in zijn nek. Als van de zon. Vogelgefluit en een ander geluid.
Zingen.
Hij ging rechtop zitten en opende zijn ogen. Met ogen vol ongelovige verbazing keek hij om zich heen. Een sprookjesachtig mooi landschap in stralende zonneschijn. Overal bloemen. In de verte een flonkerende stad.
Waar zou die glinstering vandaan komen? Was het een stad van diamant?
Vlakbij hem dansten kinderen. Nee, geen kinderen, een soort elfjes waren het, met fel gekleurde vleugels.
Hij droomde natuurlijk.
Wouter ontspande zich. Lachte. Wat een schitterend visioen was dit!
Het verbaasde hem niet toen er vanachter een rotsblok, net iets boven hem, een al wat oudere vrouw naar hem toe kwam. Haar loshangende lange haar - bruin en grijs - wapperde in de wind. Haar wijde blauwe mantel met de bontgekleurde rand speelde rond haar benen terwijl ze handig naar hem toe klauterde en naast hem kwam zitten.
Ze glimlachte naar hem. Wouter lachte aarzelend terug. Een beetje verlegen.
De vrouw stak haar hand uit en stelde zich voor. Faye Groenedijk.
'Ik ben Wouter Bark.' zei hij, en er onzeker achteraan: 'Wat is het hier mooi!'
Faye lachte en vroeg of hij hier al vaker geweest was.
'Nee... nee, nog nooit!'
Gebeurde dit echt? Natuurlijk niet, hij droomde. Dit besef maakte dat hij zich vrijer ging voelen en haar beter aan durfde kijken.
'Het is hier zo heerlijk warm!' zei hij. 'Toen ik nog wakker was, had ik het koud.'
'Slaap je nu dan?' vroeg Faye.
'Dat moet toch wel?'
Ze keek hem vriendelijk aan, maar gaf geen antwoord.
'Wat zijn dat voor elfjes?'
'Dat zijn engelvlinders. Ze vieren hier vandaag hun feestdag. Meestal zie je er niet zoveel tegelijk. Zes van hen komen uit Wiadan, de anderen komen van verder weg.'
'Wiadan?'
'Dat is de stad die je daar ziet liggen.'
'Is die stad van diamanten gebouwd?'
Weer lachte Faye. 'Dat lijkt wel zo hè? Maar zo is het niet. Het zijn de glazen koepels op de huizen die je zo ziet glinsteren. Als het minder zonnig is ziet het er veel gewoner uit. Maar nu is het prachtig! Hoewel je er zonder zonnebril haast niet naar kijken kunt.'
'Ik vind het zingen van die engelvlinders zo leuk. Wat voor taal zingen ze?'
'Het is geen echte taal. De woorden betekenen niets. Dit is hun volkslied.'
'Hun volkslied? En de woorden betekenen niets?'
'Ieder geeft er een eigen betekenis aan. Dat vinden ze mooi.'
Faye Groenedijk ging rechtop staan. Ze deed haar beide handen als een grote schelp voor haar mond, en riep: 'Fio! Fio!' Eén van de engelvlinders keerde zich om en kwam naar haar toe zweven.
In een duizeling schudde Wouter zijn hoofd. Alles bewoog. Hij had het koud en was nat. Hij rilde. Keek om zich heen. Het stationsgebouw van Delft. Natuurlijk, hoe kon het ook anders? Jammer om nu wakker geworden te zijn. Even bleef hij nog stil zitten. De stenen in zijn handen waren warm geworden van zijn lichaamstemperatuur. Wouter legde ze terug in het hoekje van de deurpost. Het kind dat ze daar neergelegd had, zou later misschien terugkomen. Uit zijn mouw viel een stukje karton. Wouter bekeek het. Een donkerblauw visitekaartje met daarop in witte letters: 'Het Groene Huis F. Groenedijk' en daaronder het adres en een telefoonnummer. Zijn mond zakte open. Had hij dat uit zijn droom meegenomen? Was dat die Faye Groenedijk die hij gesproken had? Met die engelvlinders? Wouter grinnikte.
Ja, dat vooral! Engelvlinders! Hier in Delft! Hoe kon dit?
Misschien had dat kaartje hier al gelegen en had hij het onbewust gelezen toen hij de stenen pakte, en daar was dan natuurlijk dat bijzondere visioen uit voortgekomen.
Wouter aarzelde, deed toen toch het kaartje in zijn jaszak.
Hij stond op. Hij wist nu wat hij doen moest. Teruggaan naar zijn kamer. Heel gewoon. Heel volwassen. En excuses aanbieden aan zijn huisbaas. Beloven dat hij de achterstallige huur vóór volgende maand betalen zou. Hij zou een baantje zoeken. Wat dan ook, schoonmaken, putjes scheppen of vuilnis ophalen of zo. Werk wat niemand anders zou willen doen. Of zouden zulke baantjes evenmin te vinden zijn? En zijn studie? Misschien hetzelfde. Doorgaan. Proberen tenminste. Zijn vader zou hij voorlopig nog maar even met rust laten. Eerst maar eens kijken hoe het zou gaan. Zou hij ergens geld kunnen lenen? Nee! Niet doen. Gewoon genoegen nemen met niets, de eerste tijd. Eerst de ellende herstellen, daarna beter verder. Wouter stond op. Huiverend van de natte kou, en toch van binnen warm bij de herinnering aan die wonderlijke mevrouw Groenedijk met haar engelvlinders.
'Haat je vader je? Nee, dat klopt niet met wat je zegt. Hij is bezorgd om je, hij wil blijkbaar vasthouden aan de hoge dunk die hij van je heeft, dus is hij door de teleurstelling nu erg kwaad, maar als hij je zou haten, zou hij in plaats van kwaad te zijn, leedvermaak hebben.'
25 december
Je kunt jezelf nog zo wijsmaken dat de ene dag gelijk is aan de andere, en dat Kerst voor het grootste deel niet anders is dan een commercieel verzinsel van de winkeliers, toch voelde het eenzaam, om juist deze dag alleen te zijn.
Wouter hield het niet uit in het kleine kamertje dat hij nu huurde. Het was de helft goedkoper dan het vorige, maar zo piepklein dat hij, als hij in het midden van z'n kamer zat, hij zonder op te staan alle muren met zijn handen raken kon. Nou ja, een pietsie overdreven was dat wel, er paste tenslotte ook een bed in.
't Was natuurlijk fijn dat z'n huurschuld afbetaald was. En nog meer dat hij een herkansing kreeg voor z'n studie. Dat kostte hem wel een jaar, maar goed, als hij dit jaar besteedde aan geld verdienen om zijn schulden af te lossen, en om de studie voor te bereiden voor volgend jaar, dan kon het best lukken allemaal. De schulden die hij bij Bertus gemaakt had, waren nog niet afbetaald, maar dat zou ook vast in orde komen als hij deze Spartaanse manier van leven nog een poosje vol kon houden. En Bertus kon hoog of laag springen, naar de gokhal ging hij niet meer.
Wouter deed zijn jack aan en ging naar buiten. Alles beter dan hier te zitten beschimmelen. Hij had alleen bruin brood in huis, en eieren. Verder niets. Had hij niet op z'n minst zelf wat lekkers kunnen maken? Koken was immers zijn hobby! Maar dat was achterafpraat, daar had hij nu niets meer aan.
Slenterend door de feestelijk versierde straten knapte hij toch een beetje op.
Het was een grauwe dag vandaag, maar dat had als voordeel dat de lichtjes in de stad extra helder flonkerden.
Zou hij ergens gaan zitten om iets te drinken? 't Was toch Kerst vandaag!
Hij voelde in zijn jaszak in de vage hoop daar een paar vergeten euro's te vinden.
Niets. Alleen zijn mobieltje en een kartonnetje.
Hij nam het kaartje uit zijn zak en las het. 'Het Groene Huis'. Och ja, dat was dat kaartje dat hij toen gevonden had. Had hij dat werkelijk al die tijd in zijn jaszak bewaard?
Hij dacht terug aan de droom, en hoe hij daardoor ineens geweten had wat hij moest doen. Zou die mevrouw Groenedijk echt bestaan? Als hij eens naar dat adres ging? Hij kende die buurt wel, wist waar die straat was. Alleen even kijken. Zomaar, om een doel voor z'n wandeling te hebben.
Wouter liep naar het station. Stak het plein over, ging rechtsaf naar het fietstunneltje.
Er klonk muziek.
Nieuwsgierig keek Wouter op. Waar kwam dat geluid vandaan?
Twee mensen, een man en een vrouw, zaten een flink eind uit elkaar op de grond.
Daklozen, dacht Wouter.
Vooraan zat een zwarte vrouw met een baby op de arm, op een grof geweven kleedje. Daarop stonden korte, dikke kaarsen. Rood, wit, oranje en oker. Een kaartje vermeldde: 'Eén euro per stuk'.
Er stond een schaaltje bij met wat kleingeld erin.
Spreken deed ze niet, ze keek alleen alle voorbijgangers smekend aan en wiegde haar kind.
Die baby! In december buiten!
Wouter voelde nogmaals in zijn zak, maar behalve het kaartje en zijn mobieltje zat er niets in.
Hij voelde zich een beetje schuldig toen hij doorliep.
Links van de trap naar het treinperron zat een man met een Oosters uiterlijk in lotushouding achter een onbekend snaarinstrument. Wouter bleef even kijken. De Oosterse klanken klonken hem vreemd in de oren. Heel wat anders dan kerstliedjes!
De man sloeg razendsnel met vreemd gevormde trommelstokjes tegen de snaren, die diagonaal door elkaar gevlochten leken te zijn.
Wat was dat voor ding? Wat kon die man dat goed!
Het foedraal van het instrument stond uitnodigend open. Er glinsterden wat munten in. Weer speet het Wouter geen geld in zijn zakken te hebben. Hij knikte de man toe en liep verder.
Het tunneltje uitgekomen liep Wouter de woonwijk in.
Hij wist de straat snel te vinden en telde tot hij bij huis nummer dertien stond.
Hij stond stil. Voelde zich nu toch lichtelijk belachelijk. Wat verwachtte hij nu? Dat er engelvlinders naar buiten zouden vliegen?
Hij gluurde door het raam. Daarbinnen zat iemand aan tafel. Een al wat oudere vrouw. Ze had loshangend, lang, bruin haar met grijze slierten bij de slapen.
Was dit echt dezelfde mevrouw Groenedijk als die uit zijn droom?
Ze draaide haar hoofd, alsof ze iets hoorde in de achtertuin. Wouter zag haar gezicht. Huilde ze? Wat was er met haar ene arm? Had ze daar iets in vast? Een kussensloop? Nee, het was een mitella.
Hij zag hoe ze moeizaam opstond. Je kon aan haar houding zien dat ze pijn had. Toen, in een opwelling, liep hij naar de deur en belde aan.
Zijn hart bonkte. Wat zei hij straks, als ze opendeed?
'Mevrouw, ik heb een poosje geleden van u gedroomd, dus dacht ik: kom, laat ik die vrouw eens een bezoekje brengen?'
Ze zou gelijk de politie bellen. Of erger.
De deur zwaaide open. Wouter keek de vrouw aan en begon gelijk te praten: 'Neem me niet kwalijk dat ik zomaar aanbel, mevrouw, maar ik zag u voor het raam staan en ik dacht dat u misschien hulp nodig had, en...' zijn stem viel weg. Hij kuchte en voelde zich opgelaten. Dit was belachelijk.
Maar het gezicht van de vrouw lichtte op. Ze lachte. 'Wat mooi van je, om daar voor aan te bellen! Maar er is niets ernstigs aan de hand, ik heb alleen mijn arm gekneusd. Eergisteren. Nogal erg, dat wel, ik ben ermee naar de polikliniek geweest, een hele toestand was dat. En daarnet belde de moeder van Kwens om te vragen of hij vanmiddag bij mij mocht zijn. Ik had al ja gezegd voor ik het wist, en hoe moet dat nou? Die jongen verwacht een kerstsfeer en ik heb zelfs geen kersttakje in huis. Ik had gisteren een kerststol willen bakken, maar daar is natuurlijk ook niets van gekomen, en, nou ja, daar tobde ik dus een beetje over.'
'Zal ik helpen?'
Weer lachte de vrouw. 'Jij? Maar moet je niet naar je eigen familie vandaag?'
'Ik ben alleen. En ik kan brood bakken. Best wel goed zelfs. Hebt u echte gist?'
'Ja.'
'Dan bak ik het brood.' Wouter keek naar de vrouw en voelde zich blij worden. Warm. Het was of ze oude vrienden waren, of ze elkaar altijd al gekend hadden.
'Hebt u een goede plek in huis om het deeg te laten rijzen?'
'Ja! Naast het fornuis, kom maar kijken. Een ideaal plekje voor brooddeeg.'
Korte tijd later stond Wouter in een onbekende keuken deeg te kneden, ondertussen honderduit pratend met mevrouw Groenedijk.
Terwijl ze praatten hoorde hij een bekend geluid. Zijn telefoon. Hij veegde snel zijn handen schoon en keek op de display.
Onbekend nummer. Laat maar bellen.
Hij legde het mobieltje op een kastje tegen de keukenwand en wilde verder kneden, maar mevrouw Groenedijk vroeg of hij even mee naar zolder wilde. Zij kon met haar gekneusde arm de doos met kerstspullen niet naar beneden dragen.
Wouter deed het en zette de doos op de keukentafel.
Hij kneedde het brooddeeg terwijl mevrouw Groenedijk de doos opende en er alles een voor een uithaalde.
Er waren veel papieren frutseltjes die door kleine kinderen gemaakt leken te zijn. Maar ook waren er gekleurde kerstballen en zilveren kerstvogeltjes, slingers van rode balletjes, een lange sliert witte lampjes en zes kaarsenstandaardjes.
Maar kaarsen waren er niet.
Toen Wouter het deeg voldoende gekneed had voor de eerste keer rijzen, en de kom met het deeg onder een vochtige theedoek op het plaatsje naast het fornuis gezet had, nam hij de doos mee de huiskamer in en keek daar speurend rond.
Een kleine, gezellige kamer was dit. Verschillende, niet bij elkaar horende stoelen stonden rondom een lage tafel en op de vloer lagen een paar grote, bontgekleurde kussens. Tegen de wand, vlakbij de lage tafel, probeerde een heel grote gatenplant met zijn bovenste blad het plafond te raken.
'Ik ga even naar zolder, misschien heb ik daar toch nog ergens kaarsen liggen.' zei mevrouw Groenedijk. Wouter hoorde haar de trap op lopen. Snel haalde hij de doos leeg, en toen mevrouw Groenedijk een kwartier later de kamer weer in kwam, stak hij juist de stekker van de lampjes in het stopcontact.
Ze schoot in de lach. Een gatenplantkerstboom. Schitterend!
Met haar ene goede arm hielp ze de bijzondere kerstboom verder op te tuigen. Toen het klaar was dronken ze thee en praatten over Delft, over hoe akelig het weer was deze Kerst, over verschillende kerstvieringen die door de stad georganiseerd waren, en waarom zij daar geen van beiden graag naar toe gingen.
Het viel Wouter op dat ze geen persoonlijke vragen stelde, behalve dan toen ze vertelde op zolder geen kaarsen gevonden te hebben.
'Jammer hè? Wat is nou Kerst zonder kaarsen?' zei ze, 'Woon jij hier in de buurt, Wouter? Heb jíj er misschien een paar in huis?'
Wouter dacht na. Kaarsen... 'Nee, echt niet. Sorry.'
Ineens lichtte Wouters gezicht op. 'Toen ik daarnet hiernaartoe kwam ben ik door het fietsentunneltje bij het station gegaan, en daar zat een vrouw op straat kaarsen te verkopen. Zal ik er gauw heen rennen?'
'Ik heb liever dat jij verder gaat met het brood, is het zo onderhand geen tijd de krenten en de rozijnen erdoor te kneden?'
Wouter keek op zijn horloge. Ja, inderdaad.
'Ik ga zelf wel, het is dichtbij. Maar de kans is natuurlijk groot dat ze al weg is nu. Waren het dure kaarsen?'
'Weet ik niet meer. Ze hadden wel mooie kleuren herinner ik me. De vrouw ziet u gelijk, ze zit aan de kant van de stationsingang. Ze heeft een baby bij zich.'
'Een baby?' mevrouw Groenedijk keek verontrust bij het idee. 'Wat erg.'
Nadenkend nam ze haar jas van de kapstok en trok die aan.
Wouter keek naar de kleurige rand onderaan de jas. Dit was de jas die ze in zijn droom gedragen had! Zou hij haar ooit over die droom vertellen?
Misschien veel later. Nu nog niet.
Ze liep nog even naar de keuken, ging daarna naar buiten.
Wouter zag haar langs het raam lopen met een grote boodschappentas.
Hij ging terug naar de keuken, liep naar het fornuis en tilde een tip van de doek omhoog. Onvoorstelbaar, wat was dat deeg gerezen! In welk blik moest hij dat straks doen? Eerst maar eens kneden. Hij keek om zich heen. Daar lag z'n mobieltje nog. Snel deed hij het in z'n zak, je bent zo'n ding kwijt voor je 't weet. Hij droogde de gewelde rozijnen en krenten, voegde er sukade aan toe, strooide er wat bloem overheen en roerde dat voorzichtig door elkaar. Op het aanrecht spreidde hij het lauwe deeg uit tot een grote plak, deed daar het rozijnenmengsel op en vouwde alles samen. Het kneden ging moeilijker nu. Het leek net of de rozijnen er niet in wilden blijven zitten, ze vielen er aldoor uit. Maar het lukte uiteindelijk toch. Nog even doorgaan. Dit ging superbrood worden!
Wouter keek op zijn horloge. Nu had hij toch echt een bakblik nodig. Hij opende de ovendeur, de keukenkastjes. Ha, daar zag hij wat. Pannen en bakvormen. O, kijk! Een knots van een tulbandvorm! Zou hij die nemen? Ja!
Hij vette het blik in en verdeelde het deeg erin. Deed er ook ditmaal een vochtige doek overheen en zette het op het warme plaatsje bij het fornuis.
Gauw opruimen, mevrouw Groenedijk zou nu vast bijna thuiskomen.
Plotseling hoorde hij een tingelende melodie uit zijn broekzak komen. Verbaasd keek Wouter naar beneden, veegde haastig zijn rechterhand schoon aan een keukendoek en voelde in zijn zak naar zijn telefoon. Dit was zijn ringtone niet! Hoe kon dat?
Toen hij het mobieltje in zijn handen hield zag hij het: hij had de verkeerde. Dat betekende dat mevrouw Groenedijk nu dus zijn telefoon in haar zak had.
Een moment aarzelde hij. Toen drukte hij op een toets en zei: 'Hallo. Ik ben Wouter, maar deze telefoon is van mevrouw Groenedijk. Kan ik de boodschap misschien doorgeven?'
'O... ehm... ja... ik weet niet...' stamelde een meisjesstem. 'Bent u wel van Het Groene Huis? Daar bel ik altijd mee, maar anders krijg ik altijd een mevrouw aan de telefoon.'
Ze klonk zo timide, zo onzeker dat Wouter snel, voordat ze de verbinding zou verbreken, herhaalde: 'Ja, dat zei ik net: ik kan de boodschap misschien doorgeven.'
'O ja...'
Het meisje zweeg even. Wouter hoorde haar slikken.
'Sorry dat ik bel hoor, maar ze had gezegd dat ik bellen mocht, alleen was ze er gisteren en eergisteren aldoor niet, daarom probeerde ik het nu, ook al is het dan eerste kerstdag. Dat is zeker een beetje stom van me, hè? Nu werkt ze natuurlijk niet.'
'Ik weet het niet precies', zei Wouter geruststellend, 'maar ik zal haar zeggen dat u gebeld hebt, goed? Wat is uw naam?'
'Zeg maar jij hoor. Ik ben Larix, met een x. Ik heb een paar maanden geleden voor het eerst Het Groene Huis gebeld omdat iemand van het koor me een kaartje had gegeven met het telefoonnummer. Hij zei dat ze bij Het Groene Huis wel naar me zouden willen luisteren. Nou, en dat was ook zo.'
'Zo'n donkerblauw kaartje? Die heb ik ook!'
'Ja. Ik was toen een beetje in de war en wist niet wat ik moest doen, maar nu weet ik het. En dat wilde ik haar vertellen. Ik denk dat ze het graag wil weten, dus wilt u dat doorgeven? Dat ik besloten heb in het huis te blijven wonen. Dat is het belangrijkste. En dat ik kranten en folders ga bezorgen. Dat lijkt een stom baantje, maar ik heb het precies uitgerekend, en het kan echt.'
'Nou... goed. Gefeliciteerd dan, of slaat dat nergens op?'
Larix lachte. 'Ja hoor, ik ben er blij mee, ik vertel haar later de rest wel. Enne... wilt u haar fijne dagen wensen? En haar bedanken? Ik heb er heel veel aan gehad, wat ze allemaal zei.'
'Oké! Ik vertel het haar. Prettige kerstdagen Larix!'
'U ook fijne kerstdagen.'
Wouter legde de telefoon midden op de keukentafel. Hij moest niet vergeten de mobieltjes straks weer om te wisselen.
Hij keek nadenkend voor zich uit. Dit was een verhelderend telefoontje! Een soort telefonische hulpcentrale was dit. Vandaar dat visitekaartje.
De bel.
Snel liep hij naar de deur.
Er stond een kleine vrouw die een reus van een man aan haar hand hield.
'Is mevrouw Groenedijk thuis?' vroeg ze met een hoog stemmetje.
'Nee, maar ze kan elk moment thuiskomen, wilt u even binnenkomen?'
'Nee, nee, daar heb ik geen tijd voor, maar Faye weet ervan.' zei de vrouw. 'Ik moet nu dadelijk verder, een kerstviering van Mallemarcha, daar kan ik toch moeilijk met Kwens aan komen zetten, zeg nu zelf. En hij is zelf ook het liefste hier.' en tot de reus naast zich; 'Tot vanavond, jongen! Ik kom je om een uur of elf weer halen. Of anders morgen. Veel plezier!'
Ze vertrok.
De man reageerde niet. Met lodderige ogen keek hij Wouter aan.
Een verstandelijk gehandicapte. Hoe moest hij dit aanpakken?
'Mevrouw Groenedijk komt zo terug.' zei Wouter vriendelijk tegen de man. 'Kom je mee naar binnen? Lust je thee?'
De man grijnsde en knikte hevig met zijn hoofd.
Wouter nam de man bij de hand, leidde hem de kamer in en keek schattend om zich heen. Welke stoel was geschikt voor iemand van deze afmetingen? Maar de reus wist zelf zijn plekje wel en kroop in de hoek naast een laag bankje waar een heel groot kussen op de grond lag. Hij plofte erop neer en wiegde tevreden met zijn hoofd.
Wouter schonk twee mokken thee in. Hij ging vlak bij Kwens zitten en praatte met hem. Hij wees naar de lichtjes in de gatenplantkerstboom, pakte er een kerstbal uit en gaf die Kwens in handen.
Kwens lachte toen hij zichzelf in de kerstbal zag. Een poosje bleven ze daar mee bezig. Alles bekijken via de kerstballen. Toen werd het tijd terug te gaan naar de keuken.
Kwens liep met Wouter mee. Wouter zette het brood in de oven. Zette nieuwe thee. Waarom bleef mevrouw Groenedijk toch zo lang weg?
Net toen hij voor het raam wilde gaan kijken hoorde hij de deur. Hij hoorde dadelijk dat ze niet alleen was. Nieuwsgierig keek Wouter door de deuropening. Daar stond de kaarsenverkoopster uit het tunneltje, met haar baby op de arm.
'Kennen jullie elkaar?' vroeg Wouter vol verbazing.
Faye lachte en kwam even de keuken in. 'Jazeker, dat wil zeggen: sinds een half uurtje. Ik kon hen toch niet zo alleen buiten laten, Wouter!' en daarna waarderend met haar neus omhoog: 'Wat ruikt het hier heerlijk!' Toen stelde Faye, de kaarsenverkoopster voor aan Wouter en later ook aan Kwens.
Noncha Moelena. Haar kind heette Kiriki.
Wouter keek het kind aan. Het meisje zag er inderdaad ziekelijk uit. Niet alleen mager, maar ook veel te lusteloos voor zo'n hummeltje. Alsof het de energie niet had om te bewegen, om zich heen te kijken of geluid te maken.
'In de kamer is het warm.' zei hij, zich afvragend of Noncha wel Nederlands verstond. 'Ik wilde net nieuwe thee gaan zetten. Of willen jullie liever koffie?'
'Ja, graag koffie.' zei Noncha.
'Ik ook.' zei Faye. 'Ik ga eerst Noncha en Kiriki even een stoel geven, ze zijn doodmoe, daarna kom ik je helpen.'
Wouter keek Noncha aan en zag tranen in haar ogen. Niet van verdriet, van dankbaarheid.
Pratend nam Faye Noncha en de baby de kamer in.
Een uur later was het helemaal donker buiten, waardoor het binnen extra gezellig leek. De lichtjes in de gatenplantkerstboom brandden en in de kerstballen flonkerde de weerschijn van de lichtjes en de brandende kaarsen. Noncha en Kiriki zaten op de grote stoel. Noncha's gezicht was eindelijk ontspannen. Kiriki was wakker. Ze keek met grote ogen om zich heen. Er was nu toch iets van levendigheid in haar ogen. Misschien deed de warmte haar goed.
Op tafel stond een bakje margarine en twee thermoskannen. Een met koffie, een met thee. Overal in de kamer stonden kaarsen te branden. Faye had een oude vinylplaat opgezet, een lp. Kerstmuziek. En op de lage tafel stond de tulband. Hij was nog warm. Wouter zat ervoor met een groot mes in zijn hand, zorgvuldig zaagde hij daarmee de tulband in gelijke parten.
De bel ging. Faye stond op en liep naar de gang.
Wouter schepte handig met het broodmes de dampende parten krentenbrood op de gebaksschoteltjes en zette er bij elke beker eentje neer.
De deur ging open. Wouter keek op.
Zijn vader.
Een moment was hij verstomd van schrik, stond toen haastig op en riep vijandig: 'Wat doe jij hier? Ik heb niks meer gedaan, hoor! Ik heb...'
'Rustig, Wouter.' zei Faye en ging naast hem staan. 'Ik ben je iets vergeten te vertellen. Toen ik Noncha ging halen, ging de telefoon in mijn zak. Ik dacht dat het m'n eigen telefoon was, maar ik had per ongeluk die van jou meegenomen. Ik nam op en kreeg je vader aan de lijn.'
Wouters vader ging verder: 'Ik was naar je kamer gegaan, Wouter. Zo op Kerst, ik weet niet..., ik vond het toch erg eigenlijk. Wij hebben toch alleen elkaar, jij en ik. Ik wilde vragen of je thuis wilde komen, bij mij. Maar je was er niet. Er woonde een andere student op je kamer, en hij wilde niet zeggen waar je was. Of misschien wist hij het niet. Toen belde ik je mobiele nummer, maar je nam niet op.'
Wouter herinnerde zich dat zijn telefoon gegaan was toen hij net met het brood begonnen was, en dat hij het nummer niet herkend had en het daarom maar had laten gaan. Was dat zijn vader geweest? Met een mobiel nummer dat hij niet kende?
'Toen ik het later nog eens probeerde kreeg ik mevrouw Groenedijk aan de telefoon. Zij vroeg me hier te komen.'
'Ik ga niet mee.' zei Wouter bitter. In zijn hoofd echoden zijn vaders woorden: 'Waardeloos stuk verdriet! Je bent mijn zoon niet meer.'
'Wilt u misschien samen met ons Kerst vieren, meneer Bark? We eten macaroni straks en dat wordt vast lekker, want Wouter gaat het klaarmaken.'
'Pa hier?' riep Wouter ontzet uit, 'O Nee! Dat dus echt niet! Ga maar naar je mooie huis! Je vindt jezelf toch zo geslaagd in het leven? Geniet daar maar van dan, maar laat mij met rust!'
Meneer Bark keek om zich heen.
De eigenaardige kerstboom, het kaarsengeflonker, de eenvoudige kamer, de Afrikaanse vrouw met een kind op schoot. De verstandelijk gehandicapte man die met grote, angstige ogen toekeek, die vriendelijke vrouw met de mitella, en daar, op tafel, dat grote brood. Die prachtige tulband.
Meneer Bark glimlachte en wees ernaar.
'Heb jij die gebakken?'
Onwillekeurig toch met trots zei Wouter: 'Ja.'
'Wilt u misschien ook een stukje?' vroeg Faye vriendelijk.
'Graag.'
Wouter wierp een woedende blik naar Faye, maar zei niets.
Meneer Bark ging op de bank zitten, vlak naast de stoel waar Noncha en Kiriki zaten.
'Boos, boos!' mompelde Kwens, heen en weer wiegend, zijn ogen donker van angst, zijn blik strak naar Wouter gericht.
'Nee, Kwens, ik ben niet boos meer.' stelde Wouter hem gerust. 'Tenminste... ik wist niet dat hij hier zou komen, zie je. Die meneer, dat is mijn vader...'
Wouters vader vulde aan: 'En die jongen, dat is mijn zoon.'
Even was het stil in de kamer.
Wouter en zijn vader keken elkaar aan. Langzaam kwam er een glimlach op Wouters gezicht.
'Niet boos meer!' herhaalde Kwens.
Faye schonk koffie en thee in. Ze aten en dronken en luisterden naar de muziek.
Stille nacht, heilige nacht...
Margriet Verbeek
November 2008
----------------------------------------
Zowel de vijf Manja Wonderschoonverhalen als 'Kerst in het Groene huis' sluiten aan bij het boek 'De verlorenen'.
In De verlorenen leren Gijs en Larix elkaar kennen en ontdekken ze het vreemde land Elmontestratia. Gijs wordt er ontvoerd, en pas na een lange, spannende tocht weet Larix hem te bevrijden.
Titel: 'De verlorenen'
Auteur: Margriet Verbeek
Uitgever: Boekscout.nl
Uitvoering: Paperback - 16 x 24 cm.
Aantal pagina's: 404
Prijs: 20,95 Euro
Te bestellen:
Online bij Uitgeverij Boekscout.nl,
of in de boekhandel
ISBN - 978-90-8834-469-5
www.boekscout.nl
www.margrietverbeek.nl
www.troostlelie.nl
De vijf Manja Wonderschoonverhalen zijn voorbereidende verhalen voor 'De troostlelie'. Voordat het boek in druk verschijnt, zullen de eerste hoofdstukken van 'De troostlelie' vanaf begin september 2010 te lezen zijn op de website van 'tenpages.nl'.
|